vrijdag 31 juli 2026

Mijn natuur video's

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

Grauwe klauwier jaagt vanaf op een uitkijkpost

Een Grauwe klauwier op een uitkijkpost op de open heide is een iconisch beeld van een actieve jager in een halfopen, structuurrijk natuurgebied. Deze zangvogel gedraagt zich als een miniatuurroofvogel en gebruikt verhoogde posten om zijn territorium te overzien en prooien te lokaliseren.


Grauwe klauwier jaagt vanaf op een uitkijkpost🎤

De Grauwe klauwier gebruikt een hoge, strategische uitkijkpost om op zicht te jagen op insecten en kleine gewervelde dieren. Ze gebruiken een uitkijkpost, van waar de vogel vrij zicht heeft op de grond en de lucht. Vaak een dode boomtak, een paaltje, prikkeldraad of de top van een doornige struik. Deze kenmerkende jachttechniek stelt de vogel in staat om als een miniatuur roofvogel zijn leefgebied effectief af te speuren.

De vogel zit kaarsrecht op zijn post om de omgeving nauwkeurig te scannen. De vogel bespiet met zijn scherpe blik de vegetatie af op zoek naar beweging. Zodra hij een prooi opmerkt, duikt hij er in een snelle vlucht op af. Hij grijpt de prooi op de grond of onderschept deze behendig in de lucht. Uniek voor de Grauwe klauwier is dat hij grotere prooien aan doorns of prikkeldraad prikt om ze te bewaren of makkelijker te verscheuren.

Even was het vrouwtje te zien, maar was te snel weer weg om die in beeld te vangen. Niet verwonderlijk, daar het koppeltje dichtbij een nest heeft, zo leek het in ieder geval.

De Grauwe klauwier broedt van half mei tot in juli, in een grote struik of kleine boom. Het vrouwtje legt één legsel met meestal 4 tot 6 eieren. De broedduur bedraagt 12 tot 16 dagen. Het vrouwtje broedt, soms assisteert het mannetje daarbij. Ze bouwen een slordig gebouwd nest, meestal relatief laag van de grond in dicht stekelig struikgewas. In de eerste week na het uitkomen blijft het vrouwtje bij de jongen, en verzamelt alleen het mannetje voedsel. De kuikentjes zijn vliegvlug na 14 tot16 dagen, soms later vanwege slecht weer. Twee weken na het verlaten kunnen de jongen zelf jagen.

De Grauwe klauwier is duidelijk aan een opmars bezig. Twintig jaar geleden stond de soort op het punt om in Nederland te verdwijnen. Dankzij intensief natuurbeheer en het herstel van structuurrijke landschappen is de populatie flink gegroeid. Tegenwoordig schommelt het aantal broedparen in Nederland weer tussen de 1.250 en 1.550. Ook in Vlaanderen breidt het areaal zich weer uit vanuit traditionele bolwerken.

Het zijn langeafstandstrekkers. Vanaf eind juli, begin september trekken ze via een oostelijke route om de Middellandse Zee heen, om te overwinteren in Kenia, Tanzania en ten zuiden van Congo. Ze trekken 's nachts in enkelingen of kleine groepen. Vaak zijn de Grauwe klauwieren een jaar later pas in mei weer terug in het Nederlands broedgebied.

vrijdag 24 juli 2026

Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar

Grote bonte spechten broeden doorgaans vanaf half april tot in juni. Het kost het spechtenpaar zo'n twee tot drie weken om de holte van 20 tot 30 centimeter diep te maken. Het vrouwtje legt vier tot zeven eieren. De man en vrouw wisselen elkaar af tijdens het broeden. Het broeden duurt ongeveer twee weken, waarna de jongen begin mei al uit kunnen komen.


Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar🎤

De eerste dagen nadat de jonge kuikentjes uit het ei zijn gekomen krijgen ze kleine rupsjes, insecten en spinnetjes. Naarmate ze groter worden neemt de grootte van de rupsjes en insecten toe. Het is een alleseter die insecten zoekt in boomschors en dood hout.

Vanaf de dag dat de kuikens 14 dagen oud waren, is het mannetje niet meer gezien en moest het vrouwtje in haar eentje voor de kuikens zorgen. Misschien is de man door een sperwer of een havik gepakt. Het blijft een raadsel, maar het vrouwtje kan de kuikens in principe alleen grootbrengen. Het is echter wel een zware klus, omdat beide ouders normaal gesproken de zorg delen tijdens de drukke periode waarin de jongen worden gevoed. In deze fase worden de jongen intensief gevoerd met insecten en larven door beide ouders. Normaal worden de taken verdeeld, wat voor een vogelpaar al een zware klus is. Het vrouwtje moet nu in haar eentje constant af en aanvliegen om voldoende eiwitten voor de groeiende kuikens te verzamelen.

De laatste dagen van Grote bonte specht kuikens in de nestholte zijn een periode van intense activiteit en lawaai voordat ze het nest verlaten. Onophoudend smeken ze om voedsel. De jonge spechten verdringen zich voor de opening van de nestholte om gevoerd te worden en om naar buiten te kijken. Ze wachten ongeduldig op de ouders die voedsel komen brengen.

Als de jongen half uit de nestopening komen hangen om daar hun terugkerende ouders op te wachten is de dag nabij dat ze uit gaan vliegen. Dan komt het moment dat ze lang genoeg in de holte hebben doorgebracht en echt vliegvlug zijn. Dan zijn ze klaar om de wereld te verkennen en verlaten ze het nest.

Als de jongen kuikens in de vroege ochtend de sprong naar buiten willen wagen vliegen de ouders af en aan en lokken de jongen weg van het nest. De eerste dagen na het uitvliegen zijn een kritieke en lawaaierige periode voor jonge spechten. De ouders zijn vrijwel altijd in de buurt om te voeren, ook al zie je ze niet direct. Zolang zijn ze voor voedsel nog afhankelijk van de ouders.

Hoeveel kuikens er uiteindelijk uitgevlogen zijn kan ik niet zeggen. Ik ben getuigen geweest van twee uitvliegmomenten. Mogelijk waren er al kuikens uitgevlogen voordat ik daar 's ochtends kwart voor zes aankwam om te filmen. Het is ook mogelijk dat het vrouwtje niet voldoende voedsel heeft kunnen aanvoeren in haar eentje en dat de minst sterke kuikens in het nest verdrongen zijn bij het aannemen van het voedsel en daardoor gestorven zijn.

Vanaf augustus verspreiden de jonge vogels zich langzaamaan over het omliggende gebied, om zelf op zoek te gaan naar een geschikt eigen territorium.

vrijdag 17 juli 2026

De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens

Bonte vliegenvangers overwinteren in West Afrika, ten zuiden van de Sahara. Vanaf half april arriveren ze weer in ons land om te broeden. De eerste week van mei zag ik dat de Bonte vliegenvangers een nestkast hadden ingenomen. Een week later vlogen ze met vliegjes en andere kleine insecten het nest in. Ze eten rupsen en vliegende insecten.


De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens🎤

Bonte vliegenvangers doen maar één broedsel per jaar, met 6 tot 7 eieren. Ze broeden 12 tot 17 dagen, waarna de nestjongen na ongeveer 16 dagen het nest zullen verlaten. Na het uitvliegen verblijft de familie nog ca. 8 dagen in de omgeving, om daarna de broedplaats veelal te verlaten. Tijdens het broedseizoen speelt het mannetje een belangrijke rol in de verzorging van zowel het vrouwtje als de jongen. De Bonte vliegenvanger man gaat op jacht naar voedsel en geeft de vangst door aan het vrouwtje, die dan de kuikens in het nest voert.

De geslachten van de Bonte vliegenvangers zijn moeilijk te onderscheiden. De zwarte mannetjes die in Nederland voorkomen zijn de noordelijkere varianten die oorspronkelijk uit Scandinavië en Groot-Brittannië komen. De mannetjes die in Nederland broeden zijn vaker bruin tot donker bruin. De rug, staart en een deel van de vleugels zijn dan donker bruin, de keel en buik van de mannetjes zijn helder wit van kleur evenals de witte vleugelvlek en hebben een kleine dubbele witte vlek boven de snavel. Het mannetje is dus iets donkerder van kleur dan het vrouwtje die lichter bruin is.

Bonte vliegenvangers keren na hun overwintering in Afrika vaak terug naar hun geboortegebied, al verschilt de mate van terugkeer tussen mannetjes en vrouwtjes. Dit gedrag wordt geboorte-plaatsvastheid genoemd. Mannetjes vestigen zich vaak aanzienlijk dichter bij hun oorspronkelijke nestkast dan vrouwtjes. Gemiddeld broeden zij binnen enkele kilometers van de plek waar ze uit het ei zijn gekropen. Jonge vrouwtjes vertonen minder plaatstrouw aan hun geboorteplek en leggen vaak grotere afstanden af om een eigen broedgebied te vinden.

Eenmaal gevestigd, keren volwassen Bonte vliegenvangers (zowel mannetjes als vrouwtjes) vaak jaar-na-jaar terug naar exact dezelfde broedplaats of nestkast. Bonte vliegenvangers broeden in allerlei bostypen met loofbos of uniforme naaldbossen en waar nestkasten opgehangen zijn, zoals van boeren erven, boomgaarden en tuinen. Indien nestkasten ontbreken broeden ze alleen in oudere loofbossen met veel berken en eiken of beuken met doorgaans weinig ondergroei.

De eigen broedvogels vertrekken vermoedelijk in juli en augustus.