woensdag 15 april 2026

Mijn natuur video's

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

Oog in oog met een jonge Ree

Als je oog in oog komt te staan met een jonge ree is het vooral raadzaam om niet te bewegen. Dan heb je zelfs kans dat de ree niet meteen weg rent als de ree jou ook kan zien. Een ree merkt dat niet meteen op omdat ze een breed kijkveld observeren om gevaren waar te nemen. Daarbij verliezen ze de details uit het oog. Na een tijdje zullen ze je toch opmerken. Met grote sprongen vluchten de reeƫn dan weg terwijl ze je als betoverd achterlaten. Een ontmoeting met een ree is- en blijft een indrukwekkende gebeurtenis.


Oog in oog met een jonge ReešŸŽ¤

Jonge reekalfjes liggen vaak stil en geurloos in het gras; het is cruciaal om afstand te houden en ze niet aan te raken, aangezien de moeder in de buurt is. Loslopende honden kunnen een kalfje verwonden of zelfs doodbijten. Of ze jagen de moeder ree op die hierdoor uitgeput raakt terwijl ze al haar energie nodig heeft voor de jongen. Daarom alsjeblieft de honden aan de lijn houden waar dit moet, want een baasje heeft meestal zelf geen idee wat de hond doet die even uit zicht is.

donderdag 9 april 2026

De kneu zingt vanaf een boomtop

Tot de jaren 80 van de vorige eeuw waren de kneuen nog in redelijke getale te zien bij boerderijen met struiken en bomen, zoals boomgaarden die toen nog deel uitmaakte van het boerenerf. De vele hagen die voor de erfafscheiding zorgde, was voor de kneu een veilige plaats om te broeden.


De kneu zingt vanaf een boomtopšŸŽ¤

Nu zien we ze voornamelijk op de halfopen heide. Mannetjes zingen daar vaak vanaf een opvallende plek, zoals de top van een struik of boom. De zang is melodieus en vrolijk, vaak bestaande uit een snelle reeks tonen, knetterende geluiden en fluittonen. De kneu is een kleine vinkachtige. Mannetjes hebben in de zomer een opvallend rode borst en voorhoofd.

De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. De zang is gevarieerd, doorspekt met een kenmerkende roep, vaak lang aanhoudend. Sinds de jaren 1979 en 1985 is de broedpopulatie van de kneu in Nederland met meer dan de helft afgenomen. Destijds waren er nog ongeveer 60.000 tot 130.000 paren, maar de populatie is sindsdien sterk gedaald.

donderdag 2 april 2026

Voorjaarszang van de Pimpelmees

De voorjaarszang van de pimpelmees is een kenmerkend, hoog en rinkelend geluid dat vaak wordt omschreven als een 'zilveren belletje' of een 'zilveren lachje'. Het is een van de eerste vogelgeluiden die de lente aankondigt.


Voorjaarszang van de PimpelmeesšŸŽ¤

Pimpelmezen beginnen al vroeg in het jaar te zingen, vaak al in februari of maart, wanneer ze territoria afbakenen voor het broedseizoen. Het geluid klinkt ijl, helder en feller dan de zang van de koolmees. Het liedje begint meestal met twee of drie iets hogere begintonen, gevolgd door een hele snelle, rinkelende serie van een iets lagere toon.

De zang wordt vooral door het mannetje gebruikt om een vrouwtje te lokken en concurrenten op afstand te houden. Waar de koolmees vaak een duidelijk twee- of drielettergrepig, ritmisch "fietspomp"-geluid maakt, is de pimpelmees sneller en rinkelender. In het vroege voorjaar is deze zang vaak te horen in tuinen, parken en bossen, vaak bungelend aan twijgjes terwijl ze op zoek zijn naar voedsel.

De pimpelmees heeft een kenmerkend blauw ‘petje’, gele borst, smalle zwarte oogstrepen, zwartblauwe kinvlek en blauwachtige vleugels. Mannetjes zijn helderder van kleur dan vrouwtjes. In de broedtijd eten ze vooral insecten en hun larven (rupsen), spinnen en andere geleedpotigen. In de winter eten ze ook veel zaden, van ondermeer de berk, lariks en haagbeuken. Maar ook pinda's, die ze dan veel op voedertafels vinden.