vrijdag 31 juli 2026

Grauwe klauwier jaagt vanaf een uitkijkpost

Een Grauwe klauwier op een uitkijkpost op de open heide is een iconisch beeld van een actieve jager in een halfopen, structuurrijk natuurgebied. Deze zangvogel gedraagt zich als een miniatuurroofvogel en gebruikt verhoogde posten om zijn territorium te overzien en prooien te lokaliseren.


Grauwe klauwier jaagt vanaf op een uitkijkpost🎤

De Grauwe klauwier gebruikt een hoge, strategische uitkijkpost om op zicht te jagen op insecten en kleine gewervelde dieren. Ze gebruiken een uitkijkpost, van waar de vogel vrij zicht heeft op de grond en de lucht. Vaak een dode boomtak, een paaltje, prikkeldraad of de top van een doornige struik. Deze kenmerkende jachttechniek stelt de vogel in staat om als een miniatuur roofvogel zijn leefgebied effectief af te speuren.

De vogel zit kaarsrecht op zijn post om de omgeving nauwkeurig te scannen. De vogel bespiet met zijn scherpe blik de vegetatie af op zoek naar beweging. Zodra hij een prooi opmerkt, duikt hij er in een snelle vlucht op af. Hij grijpt de prooi op de grond of onderschept deze behendig in de lucht. Uniek voor de Grauwe klauwier is dat hij grotere prooien aan doorns of prikkeldraad prikt om ze te bewaren of makkelijker te verscheuren.

Even was het vrouwtje te zien, maar was te snel weer weg om die in beeld te vangen. Niet verwonderlijk, daar het koppeltje dichtbij een nest heeft, zo leek het in ieder geval.

De Grauwe klauwier broedt van half mei tot in juli, in een grote struik of kleine boom. Het vrouwtje legt één legsel met meestal 4 tot 6 eieren. De broedduur bedraagt 12 tot 16 dagen. Het vrouwtje broedt, soms assisteert het mannetje daarbij. Ze bouwen een slordig gebouwd nest, meestal relatief laag van de grond in dicht stekelig struikgewas. In de eerste week na het uitkomen blijft het vrouwtje bij de jongen, en verzamelt alleen het mannetje voedsel. De kuikentjes zijn vliegvlug na 14 tot16 dagen, soms later vanwege slecht weer. Twee weken na het verlaten kunnen de jongen zelf jagen.

De Grauwe klauwier is duidelijk aan een opmars bezig. Twintig jaar geleden stond de soort op het punt om in Nederland te verdwijnen. Dankzij intensief natuurbeheer en het herstel van structuurrijke landschappen is de populatie flink gegroeid. Tegenwoordig schommelt het aantal broedparen in Nederland weer tussen de 1.250 en 1.550. Ook in Vlaanderen breidt het areaal zich weer uit vanuit traditionele bolwerken.

Het zijn langeafstandstrekkers. Vanaf eind juli, begin september trekken ze via een oostelijke route om de Middellandse Zee heen, om te overwinteren in Kenia, Tanzania en ten zuiden van Congo. Ze trekken 's nachts in enkelingen of kleine groepen. Vaak zijn de Grauwe klauwieren een jaar later pas in mei weer terug in het Nederlands broedgebied.

vrijdag 24 juli 2026

Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar

Grote bonte spechten broeden doorgaans vanaf half april tot in juni. Het kost het spechtenpaar zo'n twee tot drie weken om de holte van 20 tot 30 centimeter diep te maken. Het vrouwtje legt vier tot zeven eieren. De man en vrouw wisselen elkaar af tijdens het broeden. Het broeden duurt ongeveer twee weken, waarna de jongen begin mei al uit kunnen komen.


Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar🎤

De eerste dagen nadat de jonge kuikentjes uit het ei zijn gekomen krijgen ze kleine rupsjes, insecten en spinnetjes. Naarmate ze groter worden neemt de grootte van de rupsjes en insecten toe. Het is een alleseter die insecten zoekt in boomschors en dood hout.

Vanaf de dag dat de kuikens 14 dagen oud waren, is het mannetje niet meer gezien en moest het vrouwtje in haar eentje voor de kuikens zorgen. Misschien is de man door een sperwer of een havik gepakt. Het blijft een raadsel, maar het vrouwtje kan de kuikens in principe alleen grootbrengen. Het is echter wel een zware klus, omdat beide ouders normaal gesproken de zorg delen tijdens de drukke periode waarin de jongen worden gevoed. In deze fase worden de jongen intensief gevoerd met insecten en larven door beide ouders. Normaal worden de taken verdeeld, wat voor een vogelpaar al een zware klus is. Het vrouwtje moet nu in haar eentje constant af en aanvliegen om voldoende eiwitten voor de groeiende kuikens te verzamelen.

De laatste dagen van Grote bonte specht kuikens in de nestholte zijn een periode van intense activiteit en lawaai voordat ze het nest verlaten. Onophoudend smeken ze om voedsel. De jonge spechten verdringen zich voor de opening van de nestholte om gevoerd te worden en om naar buiten te kijken. Ze wachten ongeduldig op de ouders die voedsel komen brengen.

Als de jongen half uit de nestopening komen hangen om daar hun terugkerende ouders op te wachten is de dag nabij dat ze uit gaan vliegen. Dan komt het moment dat ze lang genoeg in de holte hebben doorgebracht en echt vliegvlug zijn. Dan zijn ze klaar om de wereld te verkennen en verlaten ze het nest.

Als de jongen kuikens in de vroege ochtend de sprong naar buiten willen wagen vliegen de ouders af en aan en lokken de jongen weg van het nest. De eerste dagen na het uitvliegen zijn een kritieke en lawaaierige periode voor jonge spechten. De ouders zijn vrijwel altijd in de buurt om te voeren, ook al zie je ze niet direct. Zolang zijn ze voor voedsel nog afhankelijk van de ouders.

Hoeveel kuikens er uiteindelijk uitgevlogen zijn kan ik niet zeggen. Ik ben getuigen geweest van twee uitvliegmomenten. Mogelijk waren er al kuikens uitgevlogen voordat ik daar 's ochtends kwart voor zes aankwam om te filmen. Het is ook mogelijk dat het vrouwtje niet voldoende voedsel heeft kunnen aanvoeren in haar eentje en dat de minst sterke kuikens in het nest verdrongen zijn bij het aannemen van het voedsel en daardoor gestorven zijn.

Vanaf augustus verspreiden de jonge vogels zich langzaamaan over het omliggende gebied, om zelf op zoek te gaan naar een geschikt eigen territorium.

vrijdag 17 juli 2026

De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens

Bonte vliegenvangers overwinteren in West Afrika, ten zuiden van de Sahara. Vanaf half april arriveren ze weer in ons land om te broeden. De eerste week van mei zag ik dat de Bonte vliegenvangers een nestkast hadden ingenomen. Een week later vlogen ze met vliegjes en andere kleine insecten het nest in. Ze eten rupsen en vliegende insecten.


De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens🎤

Bonte vliegenvangers doen maar één broedsel per jaar, met 6 tot 7 eieren. Ze broeden 12 tot 17 dagen, waarna de nestjongen na ongeveer 16 dagen het nest zullen verlaten. Na het uitvliegen verblijft de familie nog ca. 8 dagen in de omgeving, om daarna de broedplaats veelal te verlaten. Tijdens het broedseizoen speelt het mannetje een belangrijke rol in de verzorging van zowel het vrouwtje als de jongen. De Bonte vliegenvanger man gaat op jacht naar voedsel en geeft de vangst door aan het vrouwtje, die dan de kuikens in het nest voert.

De geslachten van de Bonte vliegenvangers zijn moeilijk te onderscheiden. De zwarte mannetjes die in Nederland voorkomen zijn de noordelijkere varianten die oorspronkelijk uit Scandinavië en Groot-Brittannië komen. De mannetjes die in Nederland broeden zijn vaker bruin tot donker bruin. De rug, staart en een deel van de vleugels zijn dan donker bruin, de keel en buik van de mannetjes zijn helder wit van kleur evenals de witte vleugelvlek en hebben een kleine dubbele witte vlek boven de snavel. Het mannetje is dus iets donkerder van kleur dan het vrouwtje die lichter bruin is.

Bonte vliegenvangers keren na hun overwintering in Afrika vaak terug naar hun geboortegebied, al verschilt de mate van terugkeer tussen mannetjes en vrouwtjes. Dit gedrag wordt geboorte-plaatsvastheid genoemd. Mannetjes vestigen zich vaak aanzienlijk dichter bij hun oorspronkelijke nestkast dan vrouwtjes. Gemiddeld broeden zij binnen enkele kilometers van de plek waar ze uit het ei zijn gekropen. Jonge vrouwtjes vertonen minder plaatstrouw aan hun geboorteplek en leggen vaak grotere afstanden af om een eigen broedgebied te vinden.

Eenmaal gevestigd, keren volwassen Bonte vliegenvangers (zowel mannetjes als vrouwtjes) vaak jaar-na-jaar terug naar exact dezelfde broedplaats of nestkast. Bonte vliegenvangers broeden in allerlei bostypen met loofbos of uniforme naaldbossen en waar nestkasten opgehangen zijn, zoals van boeren erven, boomgaarden en tuinen. Indien nestkasten ontbreken broeden ze alleen in oudere loofbossen met veel berken en eiken of beuken met doorgaans weinig ondergroei.

De eigen broedvogels vertrekken vermoedelijk in juli en augustus.

vrijdag 10 juli 2026

Nieuwe vogel habitat op waterberging Schotelven

De Waterbergingplas aan het Schotelven in Netersel is een broedplaats voor veel watervogels. De plas maakt onderdeel uit van het natuurherstel "Natte Natuurparel De Utrecht", een natuurherstel project in samenwerking met provincie Noord Brabant, Waterschap De Dommel, Brabants Landschap en diverse grondeigenaren.


Nieuwe vogel habitat op waterberging Schotelven🎤

De Grote Canadese ganzen hadden al vroeg jonge kuikens, variërend van een paar weken tot nog ouder. De Grote Canadese gans is een exoot die als kooivogel naar Europa is gehaald. Nijlganzen zijn ook exoten. Van Nijlganzen is bekend dat ze al vroeg jonge kuikens voort brengen. Ze hebben hun broedperiode aangehouden die ze ook in het oorspronkelijke Nijlgebied hadden. Ook de Wilde eenden hadden jonge kuikens. Meestal wordt het nest in de buurt van water gemaakt, onder struiken en tussen planten, als in boomholtes. De Waterberging is ook een habitat voor diverse libellen. Zo zien we hier de Platbuik, de Bruine heidelibel, de Gewone oeverlibel, en de Azuurwaterjuffer. Natuurlijk weten ook de groene kikkers de plas te vinden.

De Meerkoet bouwden een drijvend nest waar ze al eieren hadden uitgebroed. Als het water tijdens een regenbui stijgt beweegt het drijvende nest mee met het waterpeil, zodat de eieren en jonge kuikens droog blijven. Vooral gebieden met een flinke oeverbegroeiing zijn populair, hoewel de soort zich ook kan redden in vaarten met een beschoeiing en nauwelijks waterplanten.

Tijdens het filmen was ik getuigen van een paring van de Kuifeend. Kuifeenden broeden vanaf de maand mei. Het vrouwtje legt 8 tot 11 eieren, die zij zelf uit broed. De kuifeend is geen koloniebroeder, maar op een geschikte locatie kunnen zich wel meerdere nesten bevinden op een tiental meters van elkaar. Het meest waardevolle is dat de Dodaars er broedt en jonge kuikens hebben voortgebracht. Op de video is dan ook te zien dat de Dodaars er zit te broeden. Zowel het mannetje als het vrouwtje nemen de broedtaken voor hun rekening. De dodaars is onze kleinste futensoort. Deze schuwe watervogel is zelfs nog een slag kleiner dan het waterhoen. Als je goed kijkt zie ook dat de eieren gedraaid worden bij de aflossing van de broedbeurt. De dodaars jaagt naar kleine visjes en larven in ondiepe en beschutte wateren. Moerasgebieden bijvoorbeeld, maar ook vennen en meren.

De Wintertaling zwom naar de achterkant van de plas, om zich om te keren, en met een aanloop weg te vliegen. Met de kop onder water verzamelen ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Broedt op de grond, goed verscholen in de vegetatie. Verder kreeg ik de Kleine plevier voor de telelens. De Kleine plevier is een pionier. Je hoort de contactroep van de Kleine plevier. Hij vestigt zich rap op plekken die tijdelijk geschikt zijn om te broeden, zoals afgravingen en nieuw aangelegde waterbergingplassen. Ze eten vooral insecten, waaronder kevers, vliegen, mieren, haften, libellenlarven en sprinkhanen.

Langs de waterberging loopt een nieuwe waterloop die voedselrijk water uit agrarisch gebied rechtstreeks naar de Groote Beerze afvoert. Daar filmde ik de Gele kwikstaart. Voor de herinrichting stroomde dat voedselrijke water nog door natuurgebied Neterselse Heide. Het oorspronkelijke habitat van de Gele kwikstaart bestaat uit rivierbegeleidend grasland. Tegenwoordig broeden de meeste gele kwikstaarten in boerenland.

Om de IJsvogel te filmen moest ik vroeg opstaan. De blauwe vogel met de roestbruine borst was aan het vissen. Met een plons in het water had hij een visje beet en vloog weg. Intussen zwommen de jonge Dodaarskuikens achter een van de ouders aan. Beide ouders nemen enkele kuikens apart mee om naar voedsel te zoeken. Eén ouder met slechts twee kuikens wil dus niet direct zeggen dat de broed mislukt is.

Planten zoals het Moerasvergeetmijnietje, de Grote wederik, Haagwinde, en de Grote egelskop vinden we er. Later werd ik nog verrast door de verschijning van een Vos, maar die vormde geen bedreiging voor de eenden op het water. De eenden leken zich daar ook niet door bedreigd. Aan de overkant van de plas waren enkele Scholeksters de grond aan het afspeuren naar wormen. De Zwart-witte vogel met zijn oranje snavel is een waadvogel die in de zachte bodem naar voedsel zoekt.

De Lepelaar struinde het water af naar voedsel. De lepelaar gebruikt zijn uiterst gevoelige, lepelvormige snavel om op de tast voedsel te vinden in troebel water. Door zenuwbundels in de snavelpunt voelt de vogel prooien zoals kleine vissen direct, waarna de snavel met een zeefmembraan als een pollepel werkt. Het voedsel bestaat in het voorjaar vooral uit zoetwaterprooien (onder meer stekelbaars en amfibieën, grotere aquatische insecten zoals libellenlarven en andere ongewervelden). Er wordt dan vooral gefoerageerd in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen.

Of het Waterhoen er ook gebroed heeft weet ik niet. De donker gekleurde vogel met een rode snavel en een rood blesje op het voorhoofd nestelen tussen het riet, of andere dichte oevervegetatie.

vrijdag 3 juli 2026

Middelste bonte specht kuiken is een geluksvogel

Deze video had slecht af kunnen lopen voor een van de jonge kuikens, maar hoe het afliep ziet u in deze video. Blijf kijken dus. Het eerste deel met het uithakken van het nest heb ik 20 maart gepubliceerd. Onder in de beschrijving vindt u de link.


Middelste bonte specht kuiken is een geluksvogel🎤

De Middelste bonte specht had zich in het natuurgebied van Landgoed Wellenseind gevestigd. Nadat het laatste ei was gelegd, begonnen beide ouders met het broeden. Na 16 dagen broeden kwamen de eieren uit, Voor beide ouders volgde een paar drukke weken. De hongerige jonge kuikentjes voeden is hard werken. Aanvankelijk worden de kuikentjes vooral met bladluizen gevoed, later krijgen ze ook andere ongewervelde te eten. Als de kuikentjes wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtennest. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeden. Na 20 tot 26 dagen vlogen de kuikentjes uit.

Nadat de kuikentjes het nest hebben verlaten, wordt de kroost doorgaans in twee groepen verdeeld, elk begeleid door een van de ouders. De kuikentjes worden nog acht tot elf dagen gevoed, waarna ze in de nabije omgeving verblijven. Aan het einde van zijn eerste levensjaar is een Middelste bonte specht geslachtsrijp. De gemiddelde generatielengte bedraagt 5,2 jaar.

Over het algemeen zijn het mannetje en het vrouwtje tijdens het broedseizoen monogaam. Tussen mannelijke spechten bestaat er rivaliteit, wat vaak gepaard gaat met agressief gedrag. Deze rivaliteit blijft zelfs nadat er koppels zijn gevormd nog vaak voortduren. Na de broedperiode bestaat er een lossere band tussen de broedparen. Veel Middelste bonte spechten vernieuwen het volgende broedjaar hun band opnieuw.

Maar voor een van de kuikentjes dreigde een noodlot. Bij het uitvliegen kwam de pechvogel in het water van het naastgelegen beekje terecht. Tijdens het filmen hoorde ik wat gespetter in het water wat mijn aandacht trok. Ik kon de drenkeling uit het water graaien, waarna ik het in de zon tegen een boom heb gezet. Tijdens mijn reddingsactie bleek dat ook het laatste jong het nest verlaten had. Een gemiste kans om het uitvliegen vast te leggen, maar mijn lichte teleurstelling maakte al snel plaats voor het goede gevoel dat ik had met betrekking tot het redden van het jonge vogeltje. Doordat ik wel de voedingsmomenten vast kon leggen, ben ik uiteindelijk rijkelijk gecompenseerd voor het missen van de uitvliegmomenten.

Het natte vogeltje die zich goed had vastgeklampt tegen de boom bibberde een tijdje van de kou en bleef wel een half uur bewegingsloos tegen de boom hangen. Een paar keer hoorde ik een zacht gepiep. De zonneschijn had een goede uitwerking. Het vogeltje werd wat beweeglijker en klom zowaar langzaam iets omhoog. Toen het ook luid om z'n ouders begon te roepen geloofde ik in een goede afloop. Na een tijdje kwamen beide ouders bij het jong en kreeg weer te eten. Daar knapte het duidelijk van op. Het klom steeds verder omhoog en begon zelfs het verenkleed te verzorgen.
Het komt wel goed met de bijna verdronken jonge Middelste bonte specht. Het vogeltje heeft nu een nieuwe kans om op te groeien tot een volwassen vogel en kan zo volgend jaar voor nageslacht zorgen. Zonder mijn aanwezigheid zou het gestorven zijn. Was het niet door verdrinking, dan zou het wel aan onderkoeling zijn bezweken. Het liep dus goed af met het kuikentje. Wat een geluksvogel.