maandag 1 juli 2019

Grote keizerlibellen larve klampt zich vast

Een volgroeide larve heeft nog één vervelling voor de boeg: de vervelling van larve naar imago. Verpoppen is een onjuiste term, aangezien libellen geen popstadium hebben. Een betere en meer gebruikte term is 'uitsluipen'. Helaas kon ik het uitsluipen niet meemaken. De larve heeft urenlang onbeweeglijke aan de rietstengel gehangen zonder dat er verder iets gebeurde. Ik hoopte de dag erna de uitsluiping te kunnen filmen.


Video: Grote keizerlibellen larve klampt zich vast

Alles wat ik 's anderendaags om 06:00 uur nog zag, was een rietstengel, maar van de larve was niets neer te zien. Mogelijk is het larvehuidje na het uitsluipen in het water is gevallen, of heeft een ander dier / of volwassen libelle de larve gepakt en opgegeten.

Voor het uitsluipen klimt de volgroeide libellenlarve uit het water. Dit gebeurt bijvoorbeeld langs een plantenstengel die in het water of op de oever staat, maar ook allerlei andere objecten op de kant worden gebruikt. Als de larve een geschikte uitsluipplek heeft gevonden, houdt hij zich stevig vast en vervelt voor de laatste keer. De huid van kop en borststuk barsten open en heel langzaam komt de volwassen libel eruit. Wanneer kop, borststuk en poten eruit zijn, grijpt de libel zich vast aan het uitsluipsubstraat en trekt zijn achterlijf uit de larvenhuid.

Vervolgens blijft het nog verfrommelde en kleurloze dier een tijd lang hangen en pompt zich door middel van lichaamsvloeistof op. Het achterlijf strekt zich langzaam en krijgt steeds meer de langgerekte vorm van een volwassen libel. Ook de vleugels strekken zich langzaam maar zeker uit. Als de libel zijn uiteindelijke vorm bereikt heeft, wordt de overtollige lichaamsvloeistof in druppeltjes afgescheiden door het achterlijf. De libel heeft zijn uiteindelijke vorm bereikt, maar is nog vrijwel kleurloos en te zacht om te vliegen. Pas na enige tijd uitharden is de libel klaar voor zijn eerste vlucht en vliegt weg van het water, meestal naar de eerste de beste boom of struik. Het lege larvenhuidje blijft achter langs de waterkant. De jonge imago’s (verse imago’s of juvenielen genoemd) zijn nog enkele dagen herkenbaar aan hun glimmende vleugels.

Het hele uitsluipproces duurt meestal langer dan een uur. In die tijd is de libel zeer kwetsbaar voor natuurlijke vijanden (bijvoorbeeld vogels, kikkers en mieren). Rombouten staan erom bekend om zeer snel, vaak binnen een kwartier, uit te sluipen. Veel soorten sluipen bij voorkeur uit in de vroege morgen, of zelfs 's nachts, omdat ze dan minder kans hebben te worden opgegeten.

Mogelijk krijg ik de uitsluiping nog ooit te zien en kan ik die dan ook filmen.

woensdag 29 mei 2019

Poelkikker paring openluchtconcert

Wie nu op een zonnige dag langs sloten en poelen wandelt kan niet om het markante openluchtconcert van de groene kikkers heen. In grote groepen lokken de mannetjes al roepend de vrouwtjes naar zich toe. Groene kikkers zijn altijd wat later met paren dan de andere kikkersoorten. De piek van de paartijd valt rond eind mei, maar het paren gaat nog door tot ongeveer half juli.



Groene kikkers komen in heel Nederland voor. Het zijn echte waterkikkers die vanaf de late lente tot de vroege herfst in en rondom het water te vinden zijn. Ze zitten graag in het zonnetje op de oever en zijn dan bij voorzichtige benadering goed waar te nemen. Nu in de paartijd laten ze zich echter prachtig zien en horen zonder zich al te zeer te storen aan hun omgeving. Hierboven een filmpje van een rabatsloot in Lage Mierde op Landgoed Wellenseind, dat afgelopen zaterdag opengesteld werd voor het grote publiek.

De groene kikker is niet één soort, maar een complex. Het groene kikker complex bestaat uit twee soorten: meerkikker (grote groene kikker) en poelkikker (kleine groene kikker) die als ze paren hybriden kunnen vormen: de bastaardkikker (middelste groene kikker). In de natuur kunnen hybriden zich vaak niet voortplanten. Uniek is dat middelste groene kikkers dat wél kunnen. Ze bezitten twee sets chromosomen (één van de meerkikker en één van de poelkikker) waarvan ze er één gebruiken om te paren met een meerkikker of een poelkikker. Als een bastaardkikker paart met een meerkikker zal hij zijn eigen set poelkikker chromosomen gebruiken, paart hij met een poelkikker dan gebruikt hij zijn set meerkikker chromosomen. Op deze manier komen er altijd nieuwe bastaardkikkers uit de voortplanting en houdt de 'hybride soort' zich in stand.

Eind april of mei verzamelen de mannetjes van de poelkikker zich in het voortplantingswater. De piek van de paartijd is tussen begin mei en half juni. De poelkikker kwaakt hoofdzakelijk ’s avonds, maar op warme en zonnige dagen ook overdag. Vrouwtjes kunnen per jaar meerdere eiklompen afzetten. Afhankelijk van de lichaamsgrootte van het vrouwtje bevat een eiklomp tussen de 400 en 2000 eieren. De eiklompen worden los afgezet in de oeverzones van stilstaande wateren. In tegenstelling tot eieren van bruine kikker drijven de eiklompen van groene kikkers niet.

Na 5-10 dagen komen de larven uit en bij een lengte van 50-70 mm voltooien zij hun metamorfose. De juvenielen zijn dan ongeveer 15-30 mm lang en wegen ca. 5 gram. De totale periode vanaf eiafzet tot het aan land komen van juvenielen bedraagt 2 tot 4 maanden. Na de eerste overwintering kunnen de meeste poelkikkers zich al voortplanten.

zaterdag 18 mei 2019

Opening Tour de Frans toren Banisveld

Donderdag 28 februari j.l. werd de staalconstructie van kijktoren op het Banisveld opgebouwd. Vandaag, zaterdag 18 mei 2019 was de officiële opening van de kijktoren die de mooie naam kreeg "Tour de Frans". De nieuwe uitkijktoren staat op het Banisveld een deel van natuurgebied Kampina. De nieuwe uitkijktoren was een wens van boswachter Frans Kapteijns, die de toren kreeg toegewezen bij zijn pensionering.


Opening Tour de Frans toren Banisveld

In september 2016 ging Frans Kapteijns met pensioen. De Oisterwijkse boswachter van Natuurmonumenten kreeg een drukbezochte afscheidsreceptie en werd verrast met een gemeentelijke onderscheiding en een provinciaal eerbetoon, aangeboden door commissaris van de koning Wim van de Donk. Kapteijns nam na 26 jaar afscheid van Natuurmonumenten. Maar de toren kon er alleen komen door een bijdragen uit crowdfunding.

Met de aanvullende inkomsten uit de crowdfunding werd de begroting voor een nieuwe uitkijktoren sluitend gemaakt. Door 299 donateurs werd € 30.275,00 bijeen gebracht. En dat was 101 % van de benodigde € 30.000,00. De uitkijktoren zou tussen de € 50.000,- en € 90.000,- gaan kosten. In de zomer van 2017 zou de toren er staan, was de planning. Het liep even anders. Anderhalf jaar later, in mei 2019 is de toren helemaal klaar.

De toren staat op het meest geliefde plekje van Frans Kapteijns, het Banisveld, dat deel uit maakt van natuurgebied Kampina. Op het Banisveld, tussen Oisterwijk, Oirschot en Boxtel stond een houten kijktoren met een uitzicht over Banisveld. Die toren was in verval geraakt en moest om veiligheidsredenen verdwijnen. Maar er kwam een nieuwe toren.

Frans Kapteijns heeft duizenden volgers op Twitter en op Omroep Brabant. In het radioprogramma "Lekker Weekend" behandeld Frans in STUIFMEEL vragen die luisteraars insturen. Allemaal vragen die te maken hebben met de natuur, en opvallende natuurelementen in de tuinen van de luisteraars. Het levert de mooiste en meest verrassende verhalen op over de natuur.

De toren is te bezoeken vanaf de parkeerplaats van Natuurmonumenten, aan de kruising met de Koevoortseweg en de Brinksdijk, langs de weg van Spoordonk naar Lennisheuvel.

donderdag 16 mei 2019

Steenuil man waakt voor de nestholte

Twee jaar geleden fotografeerde ik al eens een Steenuil. Gisteren kreeg ik een tip, of liever de vraag of ik foto's wou maken van de Steenuil. Brabants Landschap wou graag foto's van het kleinste uiltje dat ons land kent. Dat wou ik natuurlijk wel. Niet alleen voor hen, maar ook voor mijzelf. Tijdens mijn aanwezigheid ving het uiltje een langpootmug, een Nephrotoma crocata om precies te zijn.


De Steenuil man waakt voor de nestholte in de kop van een opgestapelde boomstam.

De steenuil (Athene noctua) is een klein gedrongen uiltje met felle gele ogen en witte wenkbrauwstrepen. De steenuil is de op een na kleinste uil in de Benelux. De kleinste is de dwerguil. Het is een klein gedrongen uiltje van ongeveer 21 tot 27 cm lang en met een spanwijdte van ongeveer 55 cm. Het mannetje wordt ongeveer 180 gram, het vrouwtje wordt 200 gram. De steenuil heeft een platte kop met felle gele ogen, en heeft aan de bovenkant bruine veren met lichte vlekken.

Deze uil is ook overdag actief, en regelmatig zittend in een oude eik, knotwilg of op een weidepaaltje te zien. De vogel valt echter niet op doordat hij zo klein is. Hij maakt wel veel lawaai, van oktober tot februari is zijn roep te horen, een soort “koewie”, gekef en een wat langer “joeeek”. Het voedsel van de steenuil is aangepast aan zijn grootte, hij vangt wel muizen als hij kan, maar ook veel regenwormen, kevers en andere insecten en soms kikkers. Soms verrast de steenuil prooien die verrassend groot zijn ten opzichte van zijn eigen formaat, zoals ratten. Hij heeft verschillende jachttechnieken. Observeren vanaf een paaltje, over de grond lopen en rennen of jagen vanuit een lage vlucht.