Vandaag was het weer testdag. De nieuwe Nikon D500 werd met de 200-500 mm telelens uitgerust, maar nu met een 1.4 convertor. De lens haalde met deze convertor een telelenge van 700 mm. Ik maakte een filmpje van een aalscholver paar en wat foto's van diverse andere watervogels.
Het aalscholver zoek naar voedsel op het Beleven in Reusel. Broeden heeft de aalscholver daar nog niet. De aalscholver broedt meestal in bomen, soms ook op de grond of in riet. Het baltsritueel vindt plaats op het nest, waarbij overvliegend vrouwtje wordt aangetrokken door onder meer de fel afstekende witte dijen. Een nest telt gemiddeld 3-4 eieren. De broedduur is 27-31 dagen. De jongen vliegvlug na zo'n 50 dagen uit.
Het Aalscholver paar duikt onder water om daar vis te vangen
De Aalscholver is een oude, vertrouwde bewoner van het waterrijke Nederland. Het is een forse, donkere watervogel met gehaakte snavel. Een goed instrument voor de visvangst. Hun vlucht is stevig en resoluut, ze vliegen in strakke lijn naar hun bestemming. Vertrouwd is ook het beeld van aalscholvers met gespreide vleugels om ze te laten drogen. Aalscholvers broeden in kolonies.
Vanmiddag heb ik de nieuwe Nikon D500 digitale spiegelreflex uitgetest in foto en video. Ik heb meteen het extreme opgezocht door een 2.0 convertor aan de 200-500 mm telelens te koppelen.
Deze video is gemaakt op 75 meter afstand tot de Meerkoetjes, met een telelenslengte van 1.000 mm.
Het zwaartepunt bij deze test lag er in dat ik te maken kreeg met veel lichtverlies, door het gebruik van de teleconverter. Diafragma 5.6 werd zo diafragma 11. Normaal ondersteunt geen enkele camera een zo kleine diafragma-opening, omdat er niet voldoende licht meer op de scherpstelsensor valt. Bij diafragma 8 (f8) houdt dat normaal op, maar niet bij deze camera merkte ik. Vaak is één punt in het midden die f/8-compatibel is, waardoor meer combinaties van objectief en teleconverter mogelijk zijn. Bij de D500 blijkt dat tot f11 te gaan, hoewel Nikon daar geen melding van maakt op hun website.
En dat is mooi. Voor goeie, scherpe foto's en video's moet je bij lange telelenzen zuiver licht hebben. Geen waterig zonnetje, maar kraak helder, zonnig weer. Als er ook maar het minste nevel in de lucht hangt trekt dat bij extreem telebereik helemaal tegen elkaar. En vanmiddag was dat verre van ideaal.
Fotograferen met telelenzen op een crop camera (APS-C-beeldsensor) levert een verlengingsfactor op ten opzichten van Full frame camera's. Dat komt omdat een crop sensor kleiner is als die van de full frame. Een full frame sensor is zo groot als het beeldvlak van een analoge filmrolletjes, 24 x 36 mm. Een DX crop sensor van Nikon is 16 x 24 mm, en dat geeft een telelens verlengingsfactor op van 1,52. Bij Canon, waarbij de sensor weer iets kleiner is, 22,2 × 14,8 mm, en dat geeft een telelens verlengingsfactor op van 1,62. Echter, het beeldvlak dat gebruikt wordt bij filmopname in 4K is nog kleiner.
De resolutie van 4K Ultra HD video is 3840 x 2160p. Op een 21Mp Nikon DX sensor komt de verlengingsfactor voor telelenzen uit op 2,25. Telelenzen van 1000mm focuslengte, die gebruikt worden op een DX camera hebben een relatieve lengte ten opzichten van een full frame van 1.500 mm. Bij 4K Ultra HD video opname zelfs 2.250 mm.
Bij het opruimen van bouwafval (isolatieplaten) kwamen twee grotere en twee kleinere Alpenwatersalamander tevoorschijn. Waarschijnlijk zijn ze zo vervroegd uit hun winterverblijf ontwaakt. Gelukkig kon ik met de telefoon een paar foto's maken.
De Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) is een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
De Alpenwatersalamander ontwaakt uit de winterslaap
De alpenwatersalamander is een middelgrote soort en één van de kleurrijkste watersalamanders, een typisch kenmerk is de helder oranje gekleurde, ongevlekte buik. De salamander komt voor in Europa en voornamelijk in Centraal-Europa inclusief Nederland en België. In deze landen is de soort echter niet algemeen.
De salamander leeft van kleine waterdieren en is een deel van het jaar op het land te vinden. De salamander is dan vooral op regenachtige dagen actief. De alpenwatersalamander kan meer dan 20 jaar oud worden in het wild.
De alpenwatersalamander heeft een brede, platte kop zonder lengtegroeven, de paratoïden zijn niet ontwikkeld en ook dorsolaterale
lijsten aan weerszijden van de flanken komen niet voor. Het lichaam is iets langer dan de staart. De buik is altijd oranje van kleur en ongevlekt, de keel is soms bij de basis licht gevlekt met kleine, zwarte vlekjes. De goed zichtbare keelplooi markeert de grens tussen keel en romp. De alpenwatersalamander wordt ongeveer 10 centimeter lang, mannetjes blijven kleiner tot 9 centimeter, vrouwtjes kunnen een lengte van 12 centimeter bereiken.
In de waterfase zijn de dieren overwegend blauw gekleurd behalve aan de onderzijde die helder oranje is. De mannetjes hebben een paarkleed bestaande uit een helder blauwe kleur aan de flanken en de staart, een lage rugkam die licht van kleur is met donkere ronde vlekken. Deze loopt ononderbroken over in de staartzoom. Door de staartkam en -zoom is de staart vis-achtig afgeplat. Aan de onderzijde van de flanken is een lichte band aanwezig met vele zwarte, ronde vlekken. Mannetjes zijn in de paartijd makkelijk van de vrouwtjes te onderscheiden aan de sterk opgezwollen, donkere cloaca.
Bij de vrouwtjes ontbreekt een rugkam, de staartkam- en zoom zijn smal en oranje van kleur. De intense blauwe kleuren ontbreken, wel zijn op de rug en flanken groene tot blauwe, grillige vlekken aanwezig die doen denken aan een marmertekening.
In de landfase verdwijnt de staartkam van de mannetjes en is de staart minder sterk zijdelings afgeplat. De blauwe kleuren zijn minder opvallend, de huid wordt donkerder en is dof, waterafstotend en korrelig van structuur.
Deze soort komt ook in Nederland en België voor, in België is de salamander
plaatselijk algemeen, in Nederland komen alleen populaties voor in Limburg en
Noord-Brabant en oostelijk in Gelderland en Drenthe. Ook uit Zeeland, Flevoland,
Noord- en Zuid-Holland en Utrecht zijn waarnemingen bekend. De alpenwatersalamander staat in Nederland niet op de rode lijst maar wordt wel beschermd door de Nederlandse (en Belgische) wetgeving. In Nederland (en België) zijn alle inheemse salamandersoorten beschermd.
De alpenwatersalamander is sterker aan water gebonden dan andere Europese watersalamanders. De salamander is honkvast en blijft dicht bij het water tot een afstand van 300 tot 600 meter. Tijdens de paartijd zijn alpenwatersalamanders zowel dag- als nachtactief en voortdurend in het water te vinden. Ze blijven veel op de bodem. Buiten de paartijd zijn ze ook op het land te vinden, hoewel minder dan de andere inheemse salamandersoorten. Ze zijn dan schemer- en nachtactief en verstoppen zich overdag onder stenen en houtstronken, alleen na een regenbui komen de salamanders soms overdag tevoorschijn.
De winterslaap begint in september-oktober en eindigt rond februari-mei. Deze soort overwintert op het land of in de modderlaag op de bodem van het water. Zodra de salamanders ontwaken wordt direct het water opgezocht en gaan ze over in de waterfase voor de voortplanting
Het Vogeljaar 2016 is een foto-compilatie van Jozef van der Heijden.
Een willekeurige greep uit meer dan 15.000 foto's die in 2016 zijn gemaakt in de vrije natuur. Deze serie omvat enkel vogels, wat 75% van het repertoire van het totaal gemaakte natuurfoto's.
Het vogeljaar 2016 was voor veel vogels niet het beste jaar. Door de langdurige regen in het voorjaar en de storm en hagelbuien van de maand mei heeft een groot deel van de broed uit die periode vernietigd. Twee vogelsoorten die daar het meest onder leden waren de Grutto en de Kievit.