vrijdag 2 oktober 2026

Mijn natuur video's

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

Dit is wat de herfst zo mooi maakt

De herfst brengt prachtige kleurveranderingen, bladeren veranderen van groen naar geel, oranje en dieprood doordat pigmenten zoals anthocyaan en caroteen zichtbaar worden. Vochtige en mildere dagen zorgen voor een enorme opkomst van tientallen soorten paddenstoelen in de bossen. De temperaturen dalen naar een comfortabel niveau voor lange wandeltochten in de buitenlucht zonder de hitte van de zomer.


Dit is wat de herfst zo mooi maakt🎤

Paddenstoelen groeien heel snel doordat hun cellen zich volzuigen met water. De herfst brengt veel regen, terwijl de bodem na de zomer nog lekker warm is.

Er vallen in de herfst veel bladeren, takken en naalden op de grond. Dit organische materiaal vormt een groot buffet voor de ondergrondse schimmeldraden, het mycelium. Het warme en vochtige ondergrondse netwerk krijgt het teken om zich voort te planten. De paddenstoel is het vruchtlichaam dat verschijnt om sporen te verspreiden. De eigenlijke schimmel leeft het hele jaar verborgen in de grond. De schimmels komen pas tevoorschijn als het weer en de leefomgeving precies kloppen.

Een paddenstoel is geen dier, geen plant maar een schimmel. Het deel van een paddenstoel die wij te zien krijgen is het vruchtlichaam van een schimmel. Meestal leeft die schimmel onzichtbaar onder de grond of onder boomschors. Het netwerk aan schimmeldraden krijgt bovengrondse uitlopers waar paddenstoelen groeien en die zien we.

Zonder bodemschimmels en zijn paddenstoelen zou het maar een rommeltje zijn. Met hun schimmeldraden ruimen ze organisch materiaal op, zoals bladeren, hout en dode-wormen. Meer dan 90% van de afbraak van de organische reststoffen gebeurt door schimmels. Zonder hen zou een bos in zijn eigen afval omkomen. Het organisch materiaal zet bodemschimmels ook om in voedsel voor planten en andere bodemorganismen. Er zijn ook schimmels die echt samenwerken met bomen. Sommige bomen groeien daarom alleen in de buurt van deze bodemschimmels. De schimmel transporteert mineralen en water vanuit de bodem naar de boomwortels, in ruil voor koolstof en energie.

Wist je dat bodemschimmels ook een anti erosie functie hebben? Hun kleverige draden houden gronddeeltjes samen. Zo zorgen ze er voor dat bij heftige regenval, de bodem op zijn plek blijft en niet zomaar wegspoelt. Bodemschimmels zijn een natuurlijke bron voor de mensen die medicijnen maken. De penseelschimmel kan bijvoorbeeld penicilline maken. Dat is een antibioticum dat schadelijke bacteriën in het lichaam kan bestrijden.

Sommige paddenstoelen bestaan uit vier delen, de hoed, de steel, de ring en de beurs. Paddenstoelen verschillen in hoeveel en welke van deze delen ze hebben. Stuifzwammen bijvoorbeeld hebben de vorm van een bol en missen de steel. Ook als paddenstoelen wel alle onderdelen hebben, zijn die niet altijd even goed te zien. Een heel bekende vorm paddenstoel is de plaatjeszwam met een hoed en steel.

De plaatjeszwam bewaart zijn sporen op de lamellen in zijn hoed. De buisjeszwam bewaart ze in hele kleine buisjes en laat ze daaruit vallen. De buikzwammen hebben geen zichtbare steel of hoed en vormen sporen in de ‘buik’ van de paddenstoel. Als de sporen verspreid moeten worden, barst de zwam open. De sporen van alle soorten zwammen worden verspreid door wind, regen en dieren die van de paddenstoelen eten of de sporen in hun vacht of onder hun poten meenemen.

Een volwassen paddenstoel heeft ongeveer evenveel cellen als een jonge paddenstoel. De cellen zijn buisvormig, en bij het groeien worden de buisjes langer. Als een paddenstoel de grond uit komt, zuigen de buisjes zich vol water. Zo wordt de paddenstoel steeds groter. Dit verklaart deels ook waarom er bij vochtig weer veel paddenstoelen verschijnen. Bij droogte verdampt het water. Dan kan de volgroeide paddenstoel weer even zwaar zijn als een vers, klein exemplaar. Hoe zwaar en hoe nat de paddenstoel is, ligt dus aan het weer!

Als de herfst voorbij is en de paddenstoelen niet meer zichtbaar zijn, is de bodemschimmel nog wel aanwezig in de bodem. Namelijk in de vorm van een netwerk van draden, de zwamvlok (ook wel mycelium). Hij valt alleen niet of minder op. Er zijn dus eigenlijk het hele jaar door paddenstoelen, maar de meeste in de herfst.

donderdag 24 september 2026

Dit is wat de natuur zo mooi maakt

De natuur is zo mooi door de afwisseling van levendige kleuren, rustgevende geluiden en indrukwekkende landschappen. Het brengt ons direct tot rust en helpt ons te ontprikkelen. Ieder seizoen heeft daarnaast zijn eigen unieke charme en kracht. Het ruisen van de wind, fluitende vogels en kabbelend water. Momenten van rust en tijd om echt even te ontspannen.


Dit is wat de natuur zo mooi maakt🎤

We moeten zuinig zijn op onze vogels omdat zij onmisbaar zijn voor het gezond houden van de natuur en ons eigen welzijn. Vogels spelen een hoofdrol in het verspreiden van zaden en het bestuiven van planten. Ook houden zij schadelijke insecten en plaagdieren zoals muizen op een natuurlijke manier onder controle. Ook vogels bestuiven bloemen en eten fruit, waarna ze de zaden ergens anders weer uitpoepen. Dit zorgt voor nieuwe planten en bossen. Veel vogels eten insecten zoals muggen. Roofvogels en uilen vangen grote hoeveelheden muizen en ratten. Dit bespaart ons veel overlast en ziektes.

Vogels geven kleur en geluid aan onze leefomgeving. Onderzoek toont aan dat vogelzang en natuur in de buurt stress verminderen en ons gelukkiger maken. Vogels staan bovenaan de voedselketen. Als het slecht gaat met vogels, is dat vaak een waarschuwing dat er iets mis is met ons milieu of de biodiversiteit.

Ten slotte: vogels zijn goed voor de gezondheid. Het horen of het zien van vogels in tuin of natuur helpt bij het herstellen na stress of ziekte. Vogels geven ons een extra zetje om naar buiten te gaan voor wat zon in het gezicht of een korte wandeling. Het is ook goed voor onze ogen, die wegkijken van het beeldscherm en daardoor ontspannen. Maar wat ons vooral gelukkig stemt: de ontroerende mooiheid van de natuur en het besef om daar bij te horen als onderdeel van alles wat leeft op aarde.

vrijdag 28 augustus 2026

De territoriumroep van de Kwartel

Kwartels zie je bijna nooit omdat ze een verborgen leven leiden in ruige graslanden, graanakkers, maar ook in bietenakkers e.d. Soms vliegt er één op, vlak voor je voeten. Het mannetje kan 's zomers in de ochtend- en avondschemering minutenlang roepen.


De territoriumroep van de Kwartel🎤

De kwartel is een schaarse broedvogel in Nederland met sterk wisselende populaties. De aantallen fluctueren enorm per jaar; in topjaren kunnen er tienmaal zoveel zijn als in andere jaren. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 1500 tot 3500.

De Kwartel is erg klein: ongeveer ter grootte van een spreeuw. Ze hebben een onopvallend kleed, donkerbruin met geelbruine strepen. korte dikke poten en een kort snaveltje. Het mannetje heeft een zwarte keel. Kwartels zijn vooral in de schemering te horen met hun zeer kenmerkend geluid: een zwepend "kwik…kwik-kwik" geluid, vaak vooraf gegaan door een zacht, raspend hees "ieu-wie".

Het is een opportunist met betrekking tot zijn voedsel. Ze eten voornamelijk graszaden, onkruid en granen. Ook pikken ze soms insecten van de grond zoals kevers, mieren, spinnen, sprinkhanen en wormen. Ze scharrelen naar voedsel zoals kippen dat doen, al lopend over de grond.

vrijdag 14 augustus 2026

De Grasmus houdt van open heide

De grasmus is een kleine zangvogel die dol is op open heide, maar wel de combinatie zoekt met lage struwelen en veel open plekken in de vegetatie. Ze gebruiken de open stukken om te foerageren en de lage struiken als zangpost en broedplaats. Ze houden van een jong assortiment struiken gecombineerd met gras en heide.


De Grasmus houdt van open heide🎤

Ze gebruiken hogere twijgjes of kleine struikjes om het territorium zingend af te bakenen. De grasmus profiteert enorm van natuurbeheer. Omdat heide van naturen snel dichtgroeit met bomen en grassen, moeten natuurorganisaties ingrijpen. Dit wordt gedaan met diverse maatregelen. Grasmussen nestelen graag in doornstruiken of ruigte. De kans dat je ze op de open heide samen ziet met de Grauwe klauwier is dan ook mogelijk. In bos- en natuurgebieden bewoont de Grasmus doorgaans randen en open plekken met opslag. Langs met struiken begroeide wegbermen en spoorwegtaluds komt de grasmus ook voor in verder ongeschikte biotopen, zoals open agrarisch gebied en steden.

De grasmus is geen opvallende vogel, maar de zang en de zangvlucht wel. Grasmussen zijn pioniersvogels van de allereerste bos stadia, met opslag van struweel, in allerlei landschappen. Soms ook in pure ruigte met alleen hoge kruiden te vinden. Ondanks zijn naam is de grasmus niet verwant aan de huismus. De 'familie' van de grasmussen is vooral een in het zuiden van Europa en in Afrika voorkomende groep vogels. Hiervan heeft de grasmus veruit het grootste verspreidingsgebied.

De mannetjes komen eerder terug van de overwinteringsgebieden dan de vrouwtjes. De man zingt volop van eind april tot in juni. Het mannetje bouwt enkele nesten, waaruit het vrouwtje haar keuze maakt. Bevalt geen van de nesten haar, dan bouwt ze alsnog haar eigen nest. Vaak wordt er twee keer gebroed, met legsels van 4 tot 5 eieren, waarop zowel man als vrouw broedt gedurende 9 tot 14 dagen. 10 tot 12 dagen later zijn de jongen klaar om het nest uit te vliegen, maar worden ze nog wel 15 tot 20 dagen gevoed door de ouders. Bij het tweede nest moet het vrouwtje alleen voor de jongen zorgen.

Ze overwinteren ten zuiden van de Sahara, veelal in de Sahel van Senegal tot Ethiopië, maar ook vin Tanzania, Zambia, Zimbabwe en Botswana. 'Onze' grasmussen zitten voornamelijk in de westelijke Sahel. Ze trekken vaak 's nachts, en van een klein percentage dat 's ochtends nog doortrekt, zien we ze gericht van struik naar struik vliegen. Ze trekken in augustus en september naar het zuiden en keren van half april tot half mei terug.

vrijdag 7 augustus 2026

Meerkoet met kuikentjes op het Schotelven

De meerkoet is een fascinerende verschijning op de Nederlandse wateren, waaronder de waterberging aan het Schotelven in Netersel. Deze vogels zijn bekend om hun vermogen om zich aan te passen aan verschillende waterrijke omgevingen, van stedelijke parkvijvers tot de uitgestrekte natuurlijke waterbergingen. Met hun kenmerkende witte voorhoofdschild en zwarte verenkleed zijn meerkoeten niet alleen een genot om te zien, maar spelen ze ook een cruciale rol in het aquatische ecosysteem. Het witte voorhoofdschild is bij het mannetje groter dan bij het vrouwtje. In het voorjaar is de plaat groter dan in het najaar.


Meerkoet met kuikentjes op het Schotelven🎤

Het gedrag van de meerkoet is ook opmerkelijk; ze zijn territoriaal en kunnen agressief zijn in het verdedigen van hun broedgebied. Tijdens het broedseizoen, dat van maart tot juli met een piek in april en mei loopt, bouwen ze drijvende nesten van riet en ander plantaardig materiaal. Het vrouwtje broedt de eieren uit, terwijl het mannetje blijft doorgaan met het aanslepen van nestmateriaal. Zo nu en dan neemt het mannetje de broedtaak over van het vrouwtje. Zo kan zij zich ook wat voeden en het broeden even afwisselen met wat beweging.

Ze leggen meestal 5 tot 10 eieren, waaruit de kuikens na een broedduur van 21 tot 25 dagen tevoorschijn komen. De kuikens zijn direct na het uitkomen een opvallende verschijning met hun rode kopjes en hun oranje dons. De rest van het lichaam is bedekt met een zwart verenkleed. Ze verlaten het nest vrijwel meteen om de wereld te verkennen onder de waakzame ogen van hun ouders.

De felgekleurde, oranje rode kop van jonge meerkoetkuikens speelt een cruciale rol in hun overleving, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan dat ze nooit verhongeren. Meerkoeten hebben veelal een zwart-wit verendek, maar veel van hun jongen zijn veel bonter gekleurd. Die kleuren hebben een doel, de meerkoet ouders geven er de voorkeur aan om hun felgekleurde kuikens meer voedsel te geven dan de minder gekleurde oudere kuikens uit het zelfde nest. Hierdoor hebben de gekleurde kuikens een aanzienlijk hogere overlevingskans dan hun minder gekleurde broertjes en zusjes.

Meerkoetkuikens zijn afhankelijk van zowel plantaardig als dierlijk voedsel, dat door de ouders wordt aangevoerd. Dit dieet bestaat uit waterplanten, algen, kleine visjes en waterinsecten, wat essentieel is voor hun groei en ontwikkeling. De jongen worden gedurende een periode van ongeveer 56 dagen door de ouders gevoerd, waarna ze zelfstandig leren duiken en foerageren. Het is fascinerend om te zien hoe de kuikens hun duikvaardigheden ontwikkelen, aangezien meerkoeten bekend staan om hun vermogen om voedsel te zoeken door onder water te duiken, waarbij ze vaak een sprongetje maken om onder te komen vanwege de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed.

Aan het Schotelven in Netersel biedt de waterberging een belangrijke habitat voor onder anderen de meerkoet. Het is nu het vijfde jaar dat watervogels gebruik kunnen maken van de waterberging. Deze waterbergingen zijn essentieel voor de biodiversiteit en helpen het grondwaterpeil te verhogen tijdens perioden van zware regenval. De aanwezigheid van meerkoeten kan een indicator zijn van de gezondheid van het waterlichaam, aangezien ze gevoelig zijn voor veranderingen in waterkwaliteit en beschikbaarheid van voedselbronnen. Ze voeden zich met waterplanten, algen en kleine waterdieren, wat bijdraagt aan de ecologische balans van hun habitat.

In de context van klimaatverandering en menselijke impact op natuurlijke habitats, is het observeren en beschermen van soorten zoals de meerkoet belangrijker dan ooit. Het biedt ons waardevolle inzichten in de staat van onze natuurlijke omgeving en de stappen die we moeten nemen om deze te behouden voor toekomstige generaties. De meerkoet op de waterberging Schotelven in Netersel is dus meer dan alleen een vogel; het is een symbool van de natuurlijke schoonheid en diversiteit die we moeten koesteren en beschermen.

vrijdag 31 juli 2026

Grauwe klauwier jaagt vanaf een uitkijkpost

Een Grauwe klauwier op een uitkijkpost op de open heide is een iconisch beeld van een actieve jager in een halfopen, structuurrijk natuurgebied. Deze zangvogel gedraagt zich als een miniatuurroofvogel en gebruikt verhoogde posten om zijn territorium te overzien en prooien te lokaliseren.


Grauwe klauwier jaagt vanaf op een uitkijkpost🎤

De Grauwe klauwier gebruikt een hoge, strategische uitkijkpost om op zicht te jagen op insecten en kleine gewervelde dieren. Ze gebruiken een uitkijkpost, van waar de vogel vrij zicht heeft op de grond en de lucht. Vaak een dode boomtak, een paaltje, prikkeldraad of de top van een doornige struik. Deze kenmerkende jachttechniek stelt de vogel in staat om als een miniatuur roofvogel zijn leefgebied effectief af te speuren.

De vogel zit kaarsrecht op zijn post om de omgeving nauwkeurig te scannen. De vogel bespiet met zijn scherpe blik de vegetatie af op zoek naar beweging. Zodra hij een prooi opmerkt, duikt hij er in een snelle vlucht op af. Hij grijpt de prooi op de grond of onderschept deze behendig in de lucht. Uniek voor de Grauwe klauwier is dat hij grotere prooien aan doorns of prikkeldraad prikt om ze te bewaren of makkelijker te verscheuren.

Even was het vrouwtje te zien, maar was te snel weer weg om die in beeld te vangen. Niet verwonderlijk, daar het koppeltje dichtbij een nest heeft, zo leek het in ieder geval.

De Grauwe klauwier broedt van half mei tot in juli, in een grote struik of kleine boom. Het vrouwtje legt één legsel met meestal 4 tot 6 eieren. De broedduur bedraagt 12 tot 16 dagen. Het vrouwtje broedt, soms assisteert het mannetje daarbij. Ze bouwen een slordig gebouwd nest, meestal relatief laag van de grond in dicht stekelig struikgewas. In de eerste week na het uitkomen blijft het vrouwtje bij de jongen, en verzamelt alleen het mannetje voedsel. De kuikentjes zijn vliegvlug na 14 tot16 dagen, soms later vanwege slecht weer. Twee weken na het verlaten kunnen de jongen zelf jagen.

De Grauwe klauwier is duidelijk aan een opmars bezig. Twintig jaar geleden stond de soort op het punt om in Nederland te verdwijnen. Dankzij intensief natuurbeheer en het herstel van structuurrijke landschappen is de populatie flink gegroeid. Tegenwoordig schommelt het aantal broedparen in Nederland weer tussen de 1.250 en 1.550. Ook in Vlaanderen breidt het areaal zich weer uit vanuit traditionele bolwerken.

Het zijn langeafstandstrekkers. Vanaf eind juli, begin september trekken ze via een oostelijke route om de Middellandse Zee heen, om te overwinteren in Kenia, Tanzania en ten zuiden van Congo. Ze trekken 's nachts in enkelingen of kleine groepen. Vaak zijn de Grauwe klauwieren een jaar later pas in mei weer terug in het Nederlands broedgebied.

vrijdag 24 juli 2026

Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar

Grote bonte spechten broeden doorgaans vanaf half april tot in juni. Het kost het spechtenpaar zo'n twee tot drie weken om de holte van 20 tot 30 centimeter diep te maken. Het vrouwtje legt vier tot zeven eieren. De man en vrouw wisselen elkaar af tijdens het broeden. Het broeden duurt ongeveer twee weken, waarna de jongen begin mei al uit kunnen komen.


Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar🎤

De eerste dagen nadat de jonge kuikentjes uit het ei zijn gekomen krijgen ze kleine rupsjes, insecten en spinnetjes. Naarmate ze groter worden neemt de grootte van de rupsjes en insecten toe. Het is een alleseter die insecten zoekt in boomschors en dood hout.

Vanaf de dag dat de kuikens 14 dagen oud waren, is het mannetje niet meer gezien en moest het vrouwtje in haar eentje voor de kuikens zorgen. Misschien is de man door een sperwer of een havik gepakt. Het blijft een raadsel, maar het vrouwtje kan de kuikens in principe alleen grootbrengen. Het is echter wel een zware klus, omdat beide ouders normaal gesproken de zorg delen tijdens de drukke periode waarin de jongen worden gevoed. In deze fase worden de jongen intensief gevoerd met insecten en larven door beide ouders. Normaal worden de taken verdeeld, wat voor een vogelpaar al een zware klus is. Het vrouwtje moet nu in haar eentje constant af en aanvliegen om voldoende eiwitten voor de groeiende kuikens te verzamelen.

De laatste dagen van Grote bonte specht kuikens in de nestholte zijn een periode van intense activiteit en lawaai voordat ze het nest verlaten. Onophoudend smeken ze om voedsel. De jonge spechten verdringen zich voor de opening van de nestholte om gevoerd te worden en om naar buiten te kijken. Ze wachten ongeduldig op de ouders die voedsel komen brengen.

Als de jongen half uit de nestopening komen hangen om daar hun terugkerende ouders op te wachten is de dag nabij dat ze uit gaan vliegen. Dan komt het moment dat ze lang genoeg in de holte hebben doorgebracht en echt vliegvlug zijn. Dan zijn ze klaar om de wereld te verkennen en verlaten ze het nest.

Als de jongen kuikens in de vroege ochtend de sprong naar buiten willen wagen vliegen de ouders af en aan en lokken de jongen weg van het nest. De eerste dagen na het uitvliegen zijn een kritieke en lawaaierige periode voor jonge spechten. De ouders zijn vrijwel altijd in de buurt om te voeren, ook al zie je ze niet direct. Zolang zijn ze voor voedsel nog afhankelijk van de ouders.

Hoeveel kuikens er uiteindelijk uitgevlogen zijn kan ik niet zeggen. Ik ben getuigen geweest van twee uitvliegmomenten. Mogelijk waren er al kuikens uitgevlogen voordat ik daar 's ochtends kwart voor zes aankwam om te filmen. Het is ook mogelijk dat het vrouwtje niet voldoende voedsel heeft kunnen aanvoeren in haar eentje en dat de minst sterke kuikens in het nest verdrongen zijn bij het aannemen van het voedsel en daardoor gestorven zijn.

Vanaf augustus verspreiden de jonge vogels zich langzaamaan over het omliggende gebied, om zelf op zoek te gaan naar een geschikt eigen territorium.

vrijdag 17 juli 2026

De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens

Bonte vliegenvangers overwinteren in West Afrika, ten zuiden van de Sahara. Vanaf half april arriveren ze weer in ons land om te broeden. De eerste week van mei zag ik dat de Bonte vliegenvangers een nestkast hadden ingenomen. Een week later vlogen ze met vliegjes en andere kleine insecten het nest in. Ze eten rupsen en vliegende insecten.


De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens🎤

Bonte vliegenvangers doen maar één broedsel per jaar, met 6 tot 7 eieren. Ze broeden 12 tot 17 dagen, waarna de nestjongen na ongeveer 16 dagen het nest zullen verlaten. Na het uitvliegen verblijft de familie nog ca. 8 dagen in de omgeving, om daarna de broedplaats veelal te verlaten. Tijdens het broedseizoen speelt het mannetje een belangrijke rol in de verzorging van zowel het vrouwtje als de jongen. De Bonte vliegenvanger man gaat op jacht naar voedsel en geeft de vangst door aan het vrouwtje, die dan de kuikens in het nest voert.

De geslachten van de Bonte vliegenvangers zijn moeilijk te onderscheiden. De zwarte mannetjes die in Nederland voorkomen zijn de noordelijkere varianten die oorspronkelijk uit Scandinavië en Groot-Brittannië komen. De mannetjes die in Nederland broeden zijn vaker bruin tot donker bruin. De rug, staart en een deel van de vleugels zijn dan donker bruin, de keel en buik van de mannetjes zijn helder wit van kleur evenals de witte vleugelvlek en hebben een kleine dubbele witte vlek boven de snavel. Het mannetje is dus iets donkerder van kleur dan het vrouwtje die lichter bruin is.

Bonte vliegenvangers keren na hun overwintering in Afrika vaak terug naar hun geboortegebied, al verschilt de mate van terugkeer tussen mannetjes en vrouwtjes. Dit gedrag wordt geboorte-plaatsvastheid genoemd. Mannetjes vestigen zich vaak aanzienlijk dichter bij hun oorspronkelijke nestkast dan vrouwtjes. Gemiddeld broeden zij binnen enkele kilometers van de plek waar ze uit het ei zijn gekropen. Jonge vrouwtjes vertonen minder plaatstrouw aan hun geboorteplek en leggen vaak grotere afstanden af om een eigen broedgebied te vinden.

Eenmaal gevestigd, keren volwassen Bonte vliegenvangers (zowel mannetjes als vrouwtjes) vaak jaar-na-jaar terug naar exact dezelfde broedplaats of nestkast. Bonte vliegenvangers broeden in allerlei bostypen met loofbos of uniforme naaldbossen en waar nestkasten opgehangen zijn, zoals van boeren erven, boomgaarden en tuinen. Indien nestkasten ontbreken broeden ze alleen in oudere loofbossen met veel berken en eiken of beuken met doorgaans weinig ondergroei.

De eigen broedvogels vertrekken vermoedelijk in juli en augustus.

vrijdag 10 juli 2026

Nieuwe vogel habitat op waterberging Schotelven

De Waterbergingplas aan het Schotelven in Netersel is een broedplaats voor veel watervogels. De plas maakt onderdeel uit van het natuurherstel "Natte Natuurparel De Utrecht", een natuurherstel project in samenwerking met provincie Noord Brabant, Waterschap De Dommel, Brabants Landschap en diverse grondeigenaren.


Nieuwe vogel habitat op waterberging Schotelven🎤

De Grote Canadese ganzen hadden al vroeg jonge kuikens, variërend van een paar weken tot nog ouder. De Grote Canadese gans is een exoot die als kooivogel naar Europa is gehaald. Nijlganzen zijn ook exoten. Van Nijlganzen is bekend dat ze al vroeg jonge kuikens voort brengen. Ze hebben hun broedperiode aangehouden die ze ook in het oorspronkelijke Nijlgebied hadden. Ook de Wilde eenden hadden jonge kuikens. Meestal wordt het nest in de buurt van water gemaakt, onder struiken en tussen planten, als in boomholtes. De Waterberging is ook een habitat voor diverse libellen. Zo zien we hier de Platbuik, de Bruine heidelibel, de Gewone oeverlibel, en de Azuurwaterjuffer. Natuurlijk weten ook de groene kikkers de plas te vinden.

De Meerkoet bouwden een drijvend nest waar ze al eieren hadden uitgebroed. Als het water tijdens een regenbui stijgt beweegt het drijvende nest mee met het waterpeil, zodat de eieren en jonge kuikens droog blijven. Vooral gebieden met een flinke oeverbegroeiing zijn populair, hoewel de soort zich ook kan redden in vaarten met een beschoeiing en nauwelijks waterplanten.

Tijdens het filmen was ik getuigen van een paring van de Kuifeend. Kuifeenden broeden vanaf de maand mei. Het vrouwtje legt 8 tot 11 eieren, die zij zelf uit broed. De kuifeend is geen koloniebroeder, maar op een geschikte locatie kunnen zich wel meerdere nesten bevinden op een tiental meters van elkaar. Het meest waardevolle is dat de Dodaars er broedt en jonge kuikens hebben voortgebracht. Op de video is dan ook te zien dat de Dodaars er zit te broeden. Zowel het mannetje als het vrouwtje nemen de broedtaken voor hun rekening. De dodaars is onze kleinste futensoort. Deze schuwe watervogel is zelfs nog een slag kleiner dan het waterhoen. Als je goed kijkt zie ook dat de eieren gedraaid worden bij de aflossing van de broedbeurt. De dodaars jaagt naar kleine visjes en larven in ondiepe en beschutte wateren. Moerasgebieden bijvoorbeeld, maar ook vennen en meren.

De Wintertaling zwom naar de achterkant van de plas, om zich om te keren, en met een aanloop weg te vliegen. Met de kop onder water verzamelen ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Broedt op de grond, goed verscholen in de vegetatie. Verder kreeg ik de Kleine plevier voor de telelens. De Kleine plevier is een pionier. Je hoort de contactroep van de Kleine plevier. Hij vestigt zich rap op plekken die tijdelijk geschikt zijn om te broeden, zoals afgravingen en nieuw aangelegde waterbergingplassen. Ze eten vooral insecten, waaronder kevers, vliegen, mieren, haften, libellenlarven en sprinkhanen.

Langs de waterberging loopt een nieuwe waterloop die voedselrijk water uit agrarisch gebied rechtstreeks naar de Groote Beerze afvoert. Daar filmde ik de Gele kwikstaart. Voor de herinrichting stroomde dat voedselrijke water nog door natuurgebied Neterselse Heide. Het oorspronkelijke habitat van de Gele kwikstaart bestaat uit rivierbegeleidend grasland. Tegenwoordig broeden de meeste gele kwikstaarten in boerenland.

Om de IJsvogel te filmen moest ik vroeg opstaan. De blauwe vogel met de roestbruine borst was aan het vissen. Met een plons in het water had hij een visje beet en vloog weg. Intussen zwommen de jonge Dodaarskuikens achter een van de ouders aan. Beide ouders nemen enkele kuikens apart mee om naar voedsel te zoeken. Eén ouder met slechts twee kuikens wil dus niet direct zeggen dat de broed mislukt is.

Planten zoals het Moerasvergeetmijnietje, de Grote wederik, Haagwinde, en de Grote egelskop vinden we er. Later werd ik nog verrast door de verschijning van een Vos, maar die vormde geen bedreiging voor de eenden op het water. De eenden leken zich daar ook niet door bedreigd. Aan de overkant van de plas waren enkele Scholeksters de grond aan het afspeuren naar wormen. De Zwart-witte vogel met zijn oranje snavel is een waadvogel die in de zachte bodem naar voedsel zoekt.

De Lepelaar struinde het water af naar voedsel. De lepelaar gebruikt zijn uiterst gevoelige, lepelvormige snavel om op de tast voedsel te vinden in troebel water. Door zenuwbundels in de snavelpunt voelt de vogel prooien zoals kleine vissen direct, waarna de snavel met een zeefmembraan als een pollepel werkt. Het voedsel bestaat in het voorjaar vooral uit zoetwaterprooien (onder meer stekelbaars en amfibieën, grotere aquatische insecten zoals libellenlarven en andere ongewervelden). Er wordt dan vooral gefoerageerd in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen.

Of het Waterhoen er ook gebroed heeft weet ik niet. De donker gekleurde vogel met een rode snavel en een rood blesje op het voorhoofd nestelen tussen het riet, of andere dichte oevervegetatie.

vrijdag 3 juli 2026

Middelste bonte specht kuiken is een geluksvogel

Deze video had slecht af kunnen lopen voor een van de jonge kuikens, maar hoe het afliep ziet u in deze video. Blijf kijken dus. Het eerste deel met het uithakken van het nest heb ik 20 maart gepubliceerd. Onder in de beschrijving vindt u de link.


Middelste bonte specht kuiken is een geluksvogel🎤

De Middelste bonte specht had zich in het natuurgebied van Landgoed Wellenseind gevestigd. Nadat het laatste ei was gelegd, begonnen beide ouders met het broeden. Na 16 dagen broeden kwamen de eieren uit, Voor beide ouders volgde een paar drukke weken. De hongerige jonge kuikentjes voeden is hard werken. Aanvankelijk worden de kuikentjes vooral met bladluizen gevoed, later krijgen ze ook andere ongewervelde te eten. Als de kuikentjes wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtennest. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeden. Na 20 tot 26 dagen vlogen de kuikentjes uit.

Nadat de kuikentjes het nest hebben verlaten, wordt de kroost doorgaans in twee groepen verdeeld, elk begeleid door een van de ouders. De kuikentjes worden nog acht tot elf dagen gevoed, waarna ze in de nabije omgeving verblijven. Aan het einde van zijn eerste levensjaar is een Middelste bonte specht geslachtsrijp. De gemiddelde generatielengte bedraagt 5,2 jaar.

Over het algemeen zijn het mannetje en het vrouwtje tijdens het broedseizoen monogaam. Tussen mannelijke spechten bestaat er rivaliteit, wat vaak gepaard gaat met agressief gedrag. Deze rivaliteit blijft zelfs nadat er koppels zijn gevormd nog vaak voortduren. Na de broedperiode bestaat er een lossere band tussen de broedparen. Veel Middelste bonte spechten vernieuwen het volgende broedjaar hun band opnieuw.

Maar voor een van de kuikentjes dreigde een noodlot. Bij het uitvliegen kwam de pechvogel in het water van het naastgelegen beekje terecht. Tijdens het filmen hoorde ik wat gespetter in het water wat mijn aandacht trok. Ik kon de drenkeling uit het water graaien, waarna ik het in de zon tegen een boom heb gezet. Tijdens mijn reddingsactie bleek dat ook het laatste jong het nest verlaten had. Een gemiste kans om het uitvliegen vast te leggen, maar mijn lichte teleurstelling maakte al snel plaats voor het goede gevoel dat ik had met betrekking tot het redden van het jonge vogeltje. Doordat ik wel de voedingsmomenten vast kon leggen, ben ik uiteindelijk rijkelijk gecompenseerd voor het missen van de uitvliegmomenten.

Het natte vogeltje die zich goed had vastgeklampt tegen de boom bibberde een tijdje van de kou en bleef wel een half uur bewegingsloos tegen de boom hangen. Een paar keer hoorde ik een zacht gepiep. De zonneschijn had een goede uitwerking. Het vogeltje werd wat beweeglijker en klom zowaar langzaam iets omhoog. Toen het ook luid om z'n ouders begon te roepen geloofde ik in een goede afloop. Na een tijdje kwamen beide ouders bij het jong en kreeg weer te eten. Daar knapte het duidelijk van op. Het klom steeds verder omhoog en begon zelfs het verenkleed te verzorgen.
Het komt wel goed met de bijna verdronken jonge Middelste bonte specht. Het vogeltje heeft nu een nieuwe kans om op te groeien tot een volwassen vogel en kan zo volgend jaar voor nageslacht zorgen. Zonder mijn aanwezigheid zou het gestorven zijn. Was het niet door verdrinking, dan zou het wel aan onderkoeling zijn bezweken. Het liep dus goed af met het kuikentje. Wat een geluksvogel.

vrijdag 26 juni 2026

Vogelkijkwand Goorvijver - Dessel

Aan de Zanddijk, even buiten het Belgische Dessel-Heide, bevinden zich twee van de zes voormalige visvijvers, "Het Goor". Ten oosten van de Zanddijk loopt de Goorstraat, een gravelpad die twee van de Goorvijvers doorsnijdt. Wandel het gravelpad op. Na 135 meter van het gravelpad vindt u aan de linker kant de "Goorvijver Kijkwand", die aan de noordelijke vijver staat.


Vogelkijkwand Goorvijver - Dessel🎤

Gemeente Dessel ligt zo'n 15 km ten zuidoosten van Turnhout. Ten zuiden van Dessel loopt het Kanaal Bocholt-Herentals. Gemeente Dessel omvat het dorp Dessel en de gehuchten Witgoor, Brasel, en Heide. Het Goor, vroeger een 100 hectaren groot moerasgebied, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in bouw- en weilanden omgezet. Tussen 1934 en 1938 werden er door de gemeente visvijvers aangelegd. Eén vijver werd aan het Campina Strand verhuurd en deed al snel dienst als zwem- en roeivijver.

Met een portie geduld en geluk kunt u aan de Goorvijver de IJsvogel waarnemen. Als u nu goed kijkt ziet u die ook van rechts naar links voorbij vliegen en in het water plonsen. De kingfisher, zoals hij in het Engels heet, leeft in de omgeving van water. Deze vogel heeft zich gespecialiseerd in het vangen van visjes die hij vanaf een zitpost vlak boven het water, vaak een overhangende tak, op zicht lokaliseert.

Het natuurgebied kent een harmonische afwisseling van open plassen met rietgordel en broekbossen, populierbossen en akkers. Behalve de IJsvogel leven er ook blauwborsten, bosrietzangers, geelgorzen, boomkruipers en braamsluipers. Op het water zie je de tafeleend, wilde eend en dodaars. Bij lage waterstand van de grote vijver kunnen er kokmeeuwen broeden. Onderweg passeer je een vistrap, prachtige dreven en wandel je een stukje langs het kanaal.

De 5,6 km lange Vijverpad wandelroute door de mooie natuur en stilte begint bij Visvijver ‘t Goor, nabij Campina Strand. De route is echter moeilijk toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Hou honden aan de leiband, ook reeën hebben behoefte aan rust.

dinsdag 23 juni 2026

De pyjamafuutjes zitten veilig bij de ouders op de rug

Hoewel de jonge fuutjes al meteen uitstekend kunnen zwemmen, zitten jonge futen - ook wel pyjamafuutjes genoemd - vaak op de rug van hun ouders om warm te blijven en om veilig te schuilen voor roofdieren. Vanuit de lucht dreigt gevaar van reigers en meeuwen. Op het water zijn ze ook beschermd tegen vissen, zoals karpers. Ze zijn herkenbaar aan hun opvallende zwart-wit gestreepte kop en rode snaveltjes. De jonge kuikentjes klimmen eerst op de rug van de ouder, om onder de vleugel door omhoog te klimmen. Dit gedrag is een iconisch fenomeen in de Nederlandse natuur.


De pyjamafuutjes zitten veilig bij de ouders op de rug🎤

Omdat de fuut maar drie of vier eieren legt, zijn ze dus extra zuinig op hun kuikens. Een groot verschil met de wilde eend. Die begint vaak met zo’n twaalf jongen, een aantal dat zo hoog is omdat er veel van verloren gaan. Vaak worden er ook maar één of twee van die eendjes volwassen.

Ouders voeren de kleintjes direct vanaf de rug, waardoor ze veilig eten krijgen. Ouders voeren zelfs hun eigen veren aan de jongen, zodat er een soort beschermend kussentje in de maag ontstaat tegen scherpe visgraten. Zelfs als de oudervogel onder water duikt om vis te vangen, blijven de kleintjes stevig op de rug zitten.

De meeste futen broeden van mei tot in juni, met gemiddeld 3 tot 4 eieren. Meestal doen ze maar één broedsel. Ze bouwen een drijvend nest, die aan de oeverbegroeiing of een tak gefixeerd zijn. De jongen worden na het verlaten van het nest nog zo'n 10 tot 11 weken door de ouders gevoerd.

vrijdag 19 juni 2026

De Ree knabbelt langs de bosrand

Een ree is een middelgroot hoefdier met een rood- grijsbruine vacht. Ze hebben opvallend grote oren, grote ogen, een zwarte neus en een witte kin. Mannelijke reeën dragen een eenvoudig gewei.


De Ree knabbelt langs de bosrand🎤

De ree is een herkauwer en een typische 'snoeper' die langs bosranden, in weilanden en op akkers naar voedsel zoekt. Hoewel ze vaak in weilanden worden gezien, bestaat hun dieet slechts voor zo'n 2% uit gras. Ze eten voornamelijk jonge blaadjes, knoppen, kruiden en twijgen.

De ree is geen grazer zoals een hert, maar een knabbelaar. Een ree eet voornamelijk plantaardig voedsel. Ze eten vooral bladeren, twijgen en scheuten van struiken en bomen. Ook vruchten, zoals bramen, bessen, kruiden, grassen en landbouwgewassen, waaronder bieten, granen en krop gewassen.

Reeën vullen hun voedsel seizoensgebonden aan: in de lente jonge blaadjes; in de herfst eikels, paddenstoelen en noten en in de winter twijgen en knoppen. Reeën eten enkel de meest voedzame delen van de plant. De ree is een herkauwer; dit wil zeggen dat hij nogmaals op het eten kauwt nadat het in de maag is geweest.

vrijdag 12 juni 2026

Hoe krijg ik de Rode Eekhoorn in mijn tuin

Hoe krijg ik de Rode Eekhoorn in mijn tuin? Die vraag krijg ik regelmatig. Om rode eekhoorns naar je tuin te lokken, maak je de omgeving aantrekkelijk met voedsel, beschutting en water. Plaats een eekhoorn voederhuisje met ongezouten noten, zoals hazelnoten, walnoten en zonnebloempitten. Voer nooit voedsel dat voor mensen is bedoeld. Alles moet naturel zijn, dus zonder zout.


Hoe krijg ik de Rode Eekhoorn in mijn tuin🎤

Maar het belangrijkste in jou tuin, er moeten hoge bomen staan. Als je aan de rand van een dorp of stad woont met bossen in de buurt is de kans op succes redelijk groot. Een park met grote en veel bomen valt ook in de smaak van deze behendige klimmers. Hang een nestkast op en hoogte van 3 tot 5 meter en creëer een eekhoornbrug van dik touw tussen bomen. Eekhoorns komen niet graag naar beneden om zicht te verplaatsen en klimmen van tak naar tak van de ene boom naar de andere.

vrijdag 5 juni 2026

Hoe komt de Winterkoning aan z'n naam?

Vogelnamen zeggen meestal iets van de vogel. Het zijn dus geen willekeurige benamingen, ze zeggen iets over het gedrag of bijzondere kenmerken. Veel namen zeggen iets over het geluid wat de vogels maken, zoals grutto, kievit, kluut en koekoek. Andere namen verraden iets over de favoriete verblijfplaats van de vogel, zoals torenvalk, bosuil, kerkuil, boerenzwaluw, oeverzwaluw, oeverloper en rietzanger. Maar hoe komt de Winterkoning eigenlijk aan z'n naam? Wat nu volgt moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, maar het verhaal hierachter is wel erg leuk.


Hoe komt de Winterkoning aan z'n naam?🎤

Vogelnamen zeggen meestal iets van de vogel. Het zijn dus geen willekeurige benamingen, ze zeggen iets over het gedrag of bijzondere kenmerken. Veel namen zeggen iets over het geluid wat de vogels maken, zoals grutto, kievit, kluut en koekoek. Andere namen verraden iets over de favoriete verblijfplaats van de vogel, zoals torenvalk, bosuil, kerkuil, boerenzwaluw, oeverzwaluw, oeverloper en rietzanger. Maar hoe komt de Winterkoning eigenlijk aan z'n naam? Wat nu volgt moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, maar het verhaal hierachter is wel erg leuk.

In het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars is te lezen hoe dit kleine vogeltje aan zijn naam komt.

"Lang, lang geleden kwamen alle vogels bij elkaar om een koning te kiezen. Net zoals de landdieren ooit de leeuw als koning hadden gekozen, wilden ook de vogels een koning waar ze trots op konden zijn. Vele vogels betwistten elkaar de eretitel, vooral de grote vogels zoals de blauwe reiger, de jan van gent, de uil en de zeearend. Daarom werd besloten om een wedstrijd te houden: de vogel die het hoogst kon vliegen mocht zich koning of koningin van de vogels noemen.

Op een windstille zonnige dag verzamelden alle vogels die een gooi naar het koningschap wilden doen, zich op een weidse vlakte. De kwartel, de korhoen en de meerkoet waren toeschouwers omdat deelname zinloos was door hun geringe vliegprestaties. De graspieper en de veldleeuwerik kwamen heel ver, maar gaven na een paar honderd meter op en fladderden vrolijk zingend naar beneden. De arend, de buizerd en de ooievaar cirkelden met een rustige vleugelslag gestaag naar grote hoogten. De knobbelzwaan met zijn dikke lijf en zwiepende vlucht kwam tot ieders verbazing heel hoog, in gezelschap van de bosuil met zijn geruisloze vleugelslag. De zwaluwen schoten als een raket omhoog. Alle vogels op de grond keken vol spanning naar de ontknoping. Uiteindelijk vlogen alleen de gierzwaluw en de zeearend naar ijle hoogten, tot ze naar adem moesten happe. De ranke zwaluw erkende tenslotte zijn meerdere in de grote zeearend met vleugels als kamerdeuren. De arend krijste zijn rauwe overwinningskreet de lucht in en stortte zich glorieus naar beneden. Maar tot zijn ontzetting vloog vanuit zijn rugveren een klein bruin vogeltje, dat al schetterend nog een metertje hoger vloog.

Verbijsterd keken alle andere vogels in een doodse stilte toe hoe na de grote zeearend een heel klein vogeltje landde en kwetterend riep, 'ik ben de koning, ik ben de koning'. Dat vogeltje was zo’n klein en onbetekenend bruin gekleurd bolletje veren, dat deze niet eens een naam had. Met zijn spitse snaveltje en eigenwijze staartje dat omhoog wees, stond het trots met zijn borst vooruit in de kring. Maar alle vogels waren boos over het valse spel van het kleintje en wilden hem straffen. Het kleintje vloog snel weg uit angst voor de boze vogels met prikkende snavels. Die angst is gebleven en daarom leeft hij tot op de dag van vandaag schichtig in de beschutting van het kreupelhout en laat zich zelden goed zien.

Toen de zeearend na zijn nederlaag een nachtje had geslapen, vloog hij naar de rand van het bos en riep de kleine vogel. 'Ik heb er diep over nagedacht en wil een voorstel doen. Kunnen wij het koningschap delen? Jij koning in de winter en ik in de zomer?' Dat vond het kleine verenbolletje een goed idee. Daarom kreeg hij een naam: winterkoning. En hij is zo blij met het gedeelde koningschap dat hij ook in de winter zingt. Je kunt hem het hele jaar door horen, maar vooral heel goed in de winter, als bijna alle andere vogels stil zijn. En als je dan heel goed luistert, kun je het winterkoninkje horen zingen, schel en hard: 'ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning'
", zo is te lezen in 'Natuurverhalen' van Els Baars.

Als je niet sterk bent, moet je slim zijn.

dinsdag 2 juni 2026

Knobbelzwanen koppelen voor het leven

Knobbelzwanen blijven elkaar trouw tot de dood hen scheidt. Ze tonen het hele jaar door hun genegenheid voor elkaar en versterken zo hun band. Knobbelzwanen zijn grote, langlevende vogels, maar ze gaan vroeg of laat toch dood. De achtergebleven partner is dan echt van slag en vaak duurt het wel tot het volgende broedseizoen voor hij of zij een nieuwe partner zoekt.


Knobbelzwanen koppelen voor het leven🎤

De eerste koppelvorming vindt meestal plaats in het eerste of tweede levensjaar. Hoewel de twee jarige zwanen een koppel kunnen vormen, beginnen ze vaak pas op een leeftijd van drie of vier jaar met het leggen van eieren. Dat verklaart waarom veel mensen een koppel zien zonder jonge kuikens, terwijl ze al voor het tweede jaar samen gezien worden. Knobbelzwanen keren graag terug naar hetzelfde territorium.

Zwanen eten zowel land- als waterplanten. Regelmatig zie je zwanen met de kop onder water. Als ze met hun lange hals net niet bij de bodem kunnen om wortelstokken en knolletjes te eten, kantelen ze hun lijf en hangen ze als een dobber ondersteboven in het water, waarbij de achterkant omhoog steekt. Dit wordt grondelen genoemd. Ze kunnen ongeveer 40 tot 60 seconden onder water blijven.

Tijdens de paring klimt het mannetje op de rug van het vrouwtje en pakt haar met zijn snavel in de nek om haar boven water te houden. Maar als het niet lukt om te broeden kunnen ze een andere partner zoeken. Dit zorgt voor een efficiënte samenwerking bij het grootbrengen van jongen waarbij ze hun territorium fel verdedigen.

Knobbelzwanen worden gemiddeld 7 jaar oud, maar in uitzonderlijke gevallen halen ze 30 of zelfs 40 jaar. De belangrijkste doodsoorzaken zijn ziekte, verzwakking, ongelukken en de jacht.

donderdag 28 mei 2026

Het Krooneend vrouwtje tussen de eenden

Aan de zuidkant van het Prinsenpark in het Belgische Retie ligt de Kattensteertvijver, waar een overdekte vogelkijkwand is opgericht. Het is rustig op het water. Een aantal Wilde eenden zitten te roesten op de tak-boog die boven het water uitsteekt. Daar zit ook een Krooneend vrouwtje tussen. Helemaal rechts, waar de tak het water raakt zit het Krooneend vrouwtje. Helaas zat het mooie mannetje er niet tussen.


Het Krooneend vrouwtje tussen de eenden🎤

Het vrouwtje heeft verschillende tinten bruin met een lichte wang en hals. De snavel van het vrouwtje is voorzien van een rood-roze vlek op de punt. Het mannetje krooneend heeft een bruinoranje kop, zwarte borst en de helder koraalrode snavel.

Krooneenden zijn broedvogels van vrij ondiepe meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Verborgen tussen de planten op dergelijke dichtbegroeide oevers, soms drijvend op de vegetatie tussen het riet, bouwen ze hun nest. Een rijke onderwatervegetatie is een vereiste, daar deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken.

vrijdag 22 mei 2026

De Kleine plevier is een pionier

De kleine plevier is een pionier. Hij vestigt zich rap op plekken die tijdelijk geschikt zijn om te broeden, zoals afgravingen en nieuw aangelegde waterbergingsplassen. Deze plevier wordt wel eens verward met de bontbekplevier, maar deze heeft een oranje snavelbasis, oranje poten en géén gele oogring. Bovendien is de bontbekplevier veel meer aan de kust te vinden dan de kleine plevier, die in zoetwatermilieus voorkomt.


De Kleine plevier is een pionier🎤

Het is een slanke kleine plevierensoort. Opvallend zwart-wit getekend op kop en borst. Nagenoeg geheel zwarte snavel. Lichtroze poten, een duidelijk gele oogring en in de vlucht geen vleugelstrepen. Het is een vogel van het binnenland, een pioniersoort van kale of zeer schaars begroeide grond, vaak met wat zoetwater. Je ziet ze wel eens op de oevers van meren en plassen, grindgaten, kale duinvalleien, natte geplagde heide en vloeivelden. Na de broed kunnen ze ook snel weer verdwijnen.

Ze zijn territoriaal, maar paren kunnen dicht bij elkaar broeden. Mannetjes maken een vlinderachtige baltsvlucht. Het nest is niet meer dan een kuiltje in de grond, spaarzaam bekleed met wat steentjes. De eileg begint april en eindigt in juli, soms in augustus, en hebben tot twee, soms drie broedsels per jaar van 3 tot 4 eieren. Ze broeden 22 tot 28 dagen. De jongen zijn na 24 tot 29 dagen vliegvlug en worden door beide ouders verzorgd.

woensdag 13 mei 2026

Wat gebeurt er in de koolmezen nestkast

Heb je altijd al willen weten wat er in de nestkast van de koolmees gebeurt? In deze video zie je de Koolmees een nest bouwen en de jonge kuikens voeden. Zodra de bomen en struiken nieuwe bladeren krijgen komen ook de rupsen weer te voorschijn. De natuur zit zo mooi in elkaar dat de mezen en andere vogels hun eileg zo goed plannen dat de kuikentjes uit het ei komen als het aantal rupsen een piek bereiken.


Wat gebeurt er in de koolmezen nestkast🎤

Tussen begin april en begin mei legt het vrouwtje 4 tot 12 eieren. Het uitbroeden van de eieren duurt ongeveer twee weken. Nadat de kuikentjes uit het ei zijn gekomen verblijven ze nog ongeveer 19 dagen in het nest voordat ze uitvliegen. De ouders zijn gedurende die tijd erg druk met het aanslepen van voedsel voor de jongen. Rupsen zijn essentieel voor jonge vogels, vooral in het voorjaar omdat ze dienen als een hoogwaardige "superfood" bron die perfect aansluit bij de behoeften van snelgroeiende nestjongen. Rupsen zitten boordevol eiwitten, die noodzakelijk zijn voor de snelle groei van spieren en veren bij jonge vogels. In tegenstelling tot harde zaden of kevers, zijn rupsen zacht en hebben ze geen harde schilden, waardoor ze gemakkelijk verteerbaar zijn voor de gevoelige magen van nestjongen. Jonge vogels hebben enorme hoeveelheden voedsel nodig. Een paartje koolmezen kan wel negenduizend rupsen voeren om een nest groot te brengen. Naast rupsen van de wintervlinder worden ook andere rupsen, waaronder die van de eikenprocessierups door vogels als de koolmees gegeten.

Koolmezen zitten relatief veilig in een nestkast, aangezien deze bescherming biedt tegen weersinvloeden en diverse predatoren. Een nestkast is echter geen garantie voor volledige veiligheid; zonder de juiste maatregelen kunnen predatoren als marters en spechten de nestkast alsnog bereiken. Koolmezen in de vrije natuur gebruiken natuurlijke holtes om een nest in te bouwen. Soms gebruiken ze verlaten holtes van andere holenbroeders of holle ruimtes die door houtrot zijn ontstaan op plaatsen waar takken van een boomstam is afgebroken of zijn afgezaagd.

Helaas hebben koolmezen last van bestrijdingsmiddelen die in de landbouw gebruikt worden. In Nederland groeit de zorg over de effecten van bestrijdingsmiddelen op de volksgezondheid en biodiversiteit, terwijl onvoldoende bekend is hoe ze verspreid zijn over het land. Mislukte broedsels van ondermeer de koolmees komen de laatste jaren steeds meer voor. Met behulp van niet-uitgekomen koolmeeseieren en jonge koolmezen die dood in het nest worden gevonden, willen Stichting Sovon en vogelbescherming Nederland in dit project meten welke bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn. Hiermee kunnen ze de verspreiding van bestrijdingsmiddelen in Nederland in kaart brengen. Koolmezen leven dichtbij mensen, vaak in onze tuinen en parken. Tijdens het broedseizoen verzamelt een Koolmees nestmateriaal en duizenden rupsen in zijn directe omgeving, die dus ook vaak onze directe leefomgeving is. Via hun voedsel komen bestrijdingsmiddelen in de Koolmezen, hun eieren en jongen terecht. In het laboratorium kunnen deze bestrijdingsmiddelen terug worden gevonden.

Intussen zijn de kuikentjes al flink gegroeid. Rond de zesde dag worden de slagpennen al gevormd. De kuikens worden ook steeds hongeriger. De ouders vliegen de gehele dag af en aan met rupsjes. Naast rupsen (die eiwit leveren) krijgen de jonge mezen ook spinnen en andere insecten, die eveneens calcium kunnen bevatten. Calcium, kalk dus, is nodig voor de ontwikkeling van de botten. Door een tekort aan calcium treffen we soms kuikens in het nest aan met gebroken pootjes.

Rond de dertiende dag zien we al de vorming van de bloedspoel. Een bloedspoel (ook wel bloedpen genoemd) is een jonge groeiende veer bij vogels die nog voorzien is van bloedtoevoer. Dit is een essentieel onderdeel van de veergroei, met name zichtbaar bij nestjongen en tijdens de rui.

Op de zestiende dag is de mondhoekplooi bijna weg. Koolmees kuikens zijn na de zestiende dag vanaf de geboorte in een eindfase van hun ontwikkeling, waarbij ze zich klaarmaken om het nest te verlaten. De kuikens vliegen meestal uit tussen de 16de en de 22ste dag, vaak rond de 19de dag. Ze zijn nu vrijwel volgroeid en wegen rond de 18 gram. Na de 16de dag worden de jongen springerig en zijn ze bijna volledig in de veren. Het is belangrijk de nestkast niet meer te openen om te voorkomen dat ze te vroeg uitvliegen.

Het verenkleed van de kuikens is zover ontwikkeld dat ze binnen een paar dagen uit kunnen vliegen. Terwijl de ouders voedsel aan blijven voeren en het nest schoon houden, beginnen de kuikens al met hun vleugels te fladderen. Dit is nodig om goed voorbereidt te zijn op de eerste vliegbewegingen bij het verlaten van het nest. Na het uitvliegen worden de kuikens nog ongeveer 2 tot 3 weken door de ouders begeleid en bijgevoerd. Het bijvoeren van koolmezen vlak na het uitvliegen is nuttig omdat de jongen dan nog niet volledig zelfstandig zijn.